Naderende dood

Abajo Pérez sprak vele mensen die met hun naderende dood werden geconfronteerd. Ze onderzocht hun veranderde waarneming, van zichzelf en van het leven. De visuele vertelling van Abajo Pérez en de gedichten van Vanhauwaert maken voelbaar hoe deze mensen op het punt staan te vergaan. De kunstenaars proberen deze allerlaatste aanwezigheid vast te leggen. Het resultaat is een filmisch-poëtische reis die een nieuwe verbinding zoekt met de mens, voorbij het sterfelijke lichaam. 

De Installatie

Onze omgeving is niet levenloos, maar juist doordrenkt van emoties en verhalen. Wat vertellen persoonlijke voorwerpen over een mens? Welke energie is voelbaar in een achterlaten ruimte? In het museum vind je een perfecte replica van de woonkamer van de ongeneeslijk zieke  Klaas – inmiddels overleden. Je herkent de geur die nog in de lucht hangt. Het voelt alsof de persoon zojuist de kamer is uitgelopen en ieder moment terug kan keren. Je hebt de neiging om alles intact te houden en niets aan te raken, zodat de persoon die eigenlijk al weg is, niet vervliegt. Via een interactieve telefoon vertelt Klaas zijn verhaal.

In de gang van het museum staan objecten uit de film Ik Ben Mijn Lichaam Niet tentoongesteld. Zodra je nadert, lichten ze op en klinkt er een intiem audio-fragment.

De crossmediale dichtbundel

Deze dichtbundel zal een digitale interactieve ervaring worden en zes portretten omvatten van mensen die reeds verdwenen zijn, maar wiens aanwezigheid nog voelbaar is op de plekken waar zij geleefd hebben. De tentoonstelling toont het eerste portret. Een surrealistische beleving van de ongrijpbaarheid van de dood. De portretten van de dichtbundel worden samengesteld aan de hand van telefoongesprekken met terminaal zieke mensen. Ze documenteren de laatste maanden uit het leven van deze mensen.

Achtergrond

Het idee voor het project ontstond toen filmmaakster Vanesa Abajo Pérez een aantal jaar geleden een korte film maakte over haar tante. Toen ze hoorde dat deze ongeneeslijk ziek was, pakte ze haar camera en ging ze bij haar op bezoek in Spanje. In het huis van haar tante las deze haar een gedicht voor over dat huis: hoewel de mensen die het huis ooit bewoonden er niet meer zijn, blijft het huis voortbestaan middels de elementen van de omringende natuur. 

Vanesa nam de stem van haar tante op en filmde het huis. Na haar overlijden besefte ze dat haar tante zichzelf, middels het gedicht en de verfilming, had vereeuwigd. Haar tante was als het ware opgegaan in het huis. Ze besefte eveneens hoe troostvol dit voor beiden was geweest: voor haar tante die destijds de dood in de ogen had gekeken, en voor haarzelf, als nabestaande. Na de succesvolle vertoning van de film op toonaangevende festivals, besefte ze eveneens dat ook een breder publiek, dat niet per se ziek was, geïntrigeerd raakte door de film. Vanesa besloot toen om een soortgelijk project te ontwikkelen op grotere schaal.