Eugène Brands

Eugène Brands trok zich het liefst terug in de vertrouwde omgeving van zijn atelier aan huis. Hier creëerde hij zijn eigen microkosmos waarbinnen hij zich omringde met zijn belangrijkste inspiratiebronnen, waaronder wereldmuziek, etnografica en kennis over het heelal. Vanuit deze huiselijke omgeving reflecteerde Brands – aan de hand van zijn werk – op de macrokosmos en de daaraan gerelateerde existentiële vragen over het bestaan.

Brands was slechts een korte tijd betrokken bij CoBrA. In zijn CoBrA-periode liet Brands de surrealistische elementen in zijn werk achter zich en schilderde hij in een vrije, (lyrisch-)abstracte stijl. Het vervaardigen van gouaches en grote olieverfdoeken wisselde hij af met het maken van ‘reliëfs’ van beschilderd hout en gevonden materialen. Zijn interesse in volkskunst en in het surrealisme deelde hij met de andere CoBrA-leden.

Geïnspireerd door zijn CoBrA-periode en zijn dochtertje Eugénie, die rond deze tijd begon met tekenen, begon Brands in 1951 met het maken van figuratief werk met een opvallend kinderlijke beeldtaal. Het was de kinderlijke argeloosheid in kindertekeningen die hem aansprak, maar ook het vreemde en het soms onheilspellende. Hij verlangde ernaar om zich op zo’n zelfde onbevangen manier uit te drukken.

De tentoonstelling Eugène Brands: van huiskamer tot heelal is samengesteld door het Cobra Museum in samenwerking met Eugénie Brands en de Stichting Eugène Brands. Er zijn bruiklenen van onder meer Christian Ouwens Collectie, T.S. Okker, en de Collectie Kok – van den Leuvert.