De tijd ver vooruit

Het plan bestond uit twee grote torens, waarlangs paardentrams, rijtuigen en voetgangers zich op een overdekte weg schroefsgewijs omhoog konden bewegen tot een hoogte van 15 meter. Daaronder konden de meeste schepen moeiteloos passeren. Alleen voor de allergrootste zeeschepen zou het middelste brugdeel worden gedraaid. Het inwendige van de torens bood ruimte aan kantoren, winkels, koffiehuizen, zelfs pakhuizen en tentoonstellingsruimten. Helemaal bovenin was plaats voor belvedères.

Het brugplan was in 1887 bedacht door Gerard Willem Schimmel (1856-1926) en technisch uitgewerkt door ir. E. Haverkamp. In 1889 werd het gepresenteerd op de Wereldtentoonstelling in Parijs - hetzelfde evenement waarvoor de Eiffeltoren was gebouwd. Zeer waarschijnlijk heeft de grote presentatietekening, gemaakt door de Amsterdamse tekenaar Frans Schikkinger (1838-1902), destijds in een van de grote Parijse tentoonstellingshallen gehangen.