Monumentale zeegezichten

In zijn atelier in Umbrië legt Jan Cremer herinneringen vast uit de tijd dat hij de wereldzeeën richting het noorden bevoer. Cremer: Ik heb altijd naar de zee verlangd. Als kind al. Ik heb gevaren en wilde weten wat er achter de horizon zat.

Storm is waar Cremer het meeste van houdt en al die reizen maakten enorme indruk op hem. Behalve het fysiek zware werk, de schoonheid van de uitgestrekte watervlakten en de vrijheid die hij voelde, was er aan boord ook altijd de dreiging van het geweld van de natuur. Dat is terug te zien op zijn metershoge schilderijen. Meestal is er een duidelijke zee en een hemel daarboven zichtbaar, maar soms is er geen horizon, geen scheidingslijn te herkennen, zodat de doeken bijna abstract worden. Zelden is er een mens of teken van menselijk leven te zien op deze zeegezichten.

Cremer maakt zijn olieverf zelf en brengt die net als in zijn vroege jaren in ruime mate op het linnen of jute aan met bijvoorbeeld penselen, spatels en zijn handen. Zo beeldhouwt hij als het ware zijn golven en schuimkoppen tot driedimensionale vormen en suggereert daarmee beweging en diepte. Als kijker word je in de kolkende massa water gezogen, Cremers zeegezichten zijn nooit kabbelend of spiegelglad, ze zijn woest en onrustig als de schilder en zijn leven zelf.

Cremer legde zijn reizen niet alleen vast op doek maar maakte ook talloze foto’s. Op zoek naar nieuwe landschappen trok hij naar streken als Mongolië, Siberië en Groenland. In meer dan 20.000 foto's legde hij zijn reisimpressies vast. Een deel van dit werk is voor het eerst te zien tijdens deze tentoonstelling.