André Hazes en Het Concertgebouw

De eerste keer dat André Hazes in Het Concertgebouw komt, is hij een jaar of acht. Hij glipt naar binnen tijdens een nachtconcert van Muddy Waters. Het beeld van die zwarte man op een kruk die zingt over zijn eigen leven: André zou het nooit meer vergeten. De blues had hem te pakken. Zo'n dertig jaar later, op 28 december 1982, geeft André zelf een concert in een uitverkocht Concertgebouw. Het concert was bijzonder, voor het publiek én voor André zelf. 'Kijk uit voor de trap, jongen!', waarschuwt zijn moeder hem van tevoren via een telegram. Een verstandig advies, waarover Hazes later vertelde: 'Die lange trap in het Concertgebouw ben ik natuurlijk afgegaan langs het leuninkje, voetje voor voetje, dat begrijp je natuurlijk wel!'.

'Een grootheid van 1 meter 68'

Martijn Fischer kroop al eerder in de huid van André Hazes met zijn rol in de musical Hij gelooft in mij en in de film Bloed, zweet en tranen. 'Wat Hazes zo bijzonder maakte is moeilijk in woorden te vatten of uit te leggen maar wel voelbaar.', vertelt Fischer. 'Heel veel mensen zijn dol op zijn muziek en bewonderen hem als mens. Toch bleef hij een zoekende man die voorafgaand aan elk optreden zijn faalangst moest overwinnen. Van de zingende barkeeper tot een fenomeen. Een grootheid van 1,68 meter wiens muziek troost geeft en verbroedert.'