Barok

Het strijkkwartet ontstond in de barok, toen meerstemmige werken met strijkers nog werden ondersteund door klavecimbel of orgel. In de achttiende eeuw ontwikkelden zich verschillende soorten strijkkwartet, zoals het eenvoudige ‘huiskwartet’ voor thuisgebruik en het ‘Quatuor Concertant’ met een virtuoze eerste viool en begeleidende partijen. Een kwartet met vier gelijkwaardige stemmen kwam steeds meer in beeld bij componisten als Tartini en Scarlatti. Uiteindelijk culmineerde dit in het Weense kwartet van Joseph Haydn, de ‘Vader van het Strijkkwartet’. Hiermee werd het strijkkwartet de toetssteen van de klassieke stijl en begon het aan een ongeëvenaarde zegetocht. Dit is vereeuwigd in een citaat van Goethe uit 1829: "Het strijkkwartet is mij van alle instrumentale muziek het liefst: men hoort vier intelligente mensen die zich met elkaar onderhouden, gelooft iets van hun conversatie te begrijpen en de eigenzinnigheden van de instrumenten te leren kennen".

Programma

Giuseppe Tartini: Sinfonia à quattro in G groot nr.2
Alessandro Scarlatti: Sonate à quattro in d klein nr. 4
Joseph Haydn, Uit: Strijkkwartet in Bes groot opus 1 nr. 1 en Strijkkwartet in G groot opus 77 nr. 1
Luigi Boccherini, Uit: Strijkkwartet in Bes groot opus 1 nr. 1 en Strijkkwartet in G groot opus 77 nr. 1
Wolfgang Amadeus Mozart: Strijkkwartet in C groot KV 465 ‘Dissonanten’