Componisten van toen 

Rond 1800 richtte het muziekleven zich niet langer op de adel maar op de (welgestelde) burger. Muziek die gevoelens moest uitbeelden werd muziek die gevoelens moest vertolken. Iedereen met een goede opvoeding speelde een instrument en de piano, de viool, de cello werden met fanatisme omarmd door alle lagen van de bevolking. Er was goudgeld te verdienen met muziek voor beginners en liefhebbers. Vrijwel alle componisten leefden van hun lessen en pedagogische werken. Het was geen schande om eenvoudige werken te componeren: net als in het korte verhaal, de schets of het kleine porseleinen beeldje van Hummel, stond het miniatuur in hoog aanzien. Het vereist, toen en nu, een meester om in het kleine groot te zijn.

Programma

Rodolphe Kreutzer: Etude, Uit: Sonate voor viool en cello opus 16
Muzio Clementi, Uit: Sonatine in C groot opus 36 nr. 1 en Uit: Pianotrio in C groot opus 22 nr. 3 ‘La Chasse’
Franz Schubert, Uit: Sonatine voor viool en piano en Strijktrio in Bes groot D 471
Franz Anton Hoffmeister: Uit: Douze Études: nr. 5 Thema con Variazioni. en Uit: Pianokwartet in G groot nr. 2
Ludwig van Beethoven: Für Elise voor piano solo en Uit: pianotrio in G groot opus 1 nr. 2