Mahlers Vijfde

Mahler was een echte zomervakantiecomponist: tijdens het concertseizoen had hij het veel te druk om te componeren. Hij was een veelgevraagd dirigent, van Amsterdam tot New York. Bovendien was hij operadirecteur in de slangenkuil van de Weense opera. In de zomer van 1901 trok hij zich terug in een villa in Maiernigg en tegen de tijd dat de vakantie was afgelopen had Mahler vier Rückert-Lieder, drie Kindertotenlieder en twee delen van de Vijfde symfonie geproduceerd. Zijn vrouw Alma zei: 'Mahlers leven tijdens de zomermaanden was zo puur muzikaal dat het bijna onmenselijk was. Hij schreef dag en nacht.'