Muzikale taal 

Het Spaanse Cuarteto Quiroga en Cappella Amsterdam bewegen in dit concert – onderdeel van de Strijkkwartet Biënnale – tussen de hemel van Schönberg en de hel van de Spaanse componist José Maria Sánchez-Verdú (1968). Sánchez-Verdú liet zich voor La porte de l’enfer, dat hij speciaal voor dit concert schreef, inspireren door de gelijknamige, kolossale sculptuur van Auguste Rodin en poëzie uit de Tweede Wereldoorlog. Het resultaat is een imposant werk voor groot koor en strijkkwartet, een zeldzame bezetting. Ook klinkt het Tweede strijkkwartet van Arnold Schönberg, een van de belangrijkste werken uit de muziekgeschiedenis. Met dit kwartet nam Schönberg afscheid van de tonaliteit – de muzikale taal waarin tot dan toe werd gecomponeerd. Hij introduceerde een taal zonder toonsoorten: de atonaliteit. In zijn Tweede strijkkwartet is het verschil duidelijk hoorbaar. De eerste drie delen zijn nog tonaal geschreven; ze hebben één toonsoort, die voelt als vaste grond onder je voeten. In het vierde deel is die houvast opeens weg. Alsof de muziek, met serene kalmte, gewichtloos door de ruimte zweeft. Vandaar ook de eerste woorden van de sopraan, die in het derde en vierde deel meezingt: ‘Ik voel lucht van andere planeten’.