Strijkersserenade

In de herfst van 1880 werkte Tsjaikovski aan twee stukken tegelijk. Het ene stuk was voor de onthulling van een Poesjkin-monument. ‘Wat kan je daar nu voor schrijven behalve veel herrie’, vroeg hij zich af. Erg tevreden was hij dan ook niet over de Ouverture 1812, maar door al het spektakel werd het stuk toch al snel een publieksfavoriet. Het andere werk waaraan hij werkte was totaal anders: de strijkersserenade was een ‘werk uit innerlijke overtuiging’. ‘Een vanuit het hart gevoeld werk, en, niet gespeend van enige kwaliteit, denk ik’, schreef hij aan zijn weldoenster Nadeshda von Meck.