Elgars Pianokwintet

In 1918 voelde Elgar ineens grote behoefte om kamermuziek te componeren, iets wat hij al 25 jaar niet meer had gedaan. Hij begon meteen aan drie werken: een vioolsonate, een strijkkwartet en een pianokwintet. Het kwintet schreef hij in Sussex, in een huisje dat hij en zijn vrouw hadden gehuurd, en waar hij rustig kon werken. Het spookachtige begin van het werk zou een muzikaal portret zijn van een groepje knoestige bomen vlakbij het huis: volgens de overlevering zouden dat eigenlijk monniken zijn die paganistische rituelen uitvoerden en daarvoor gestraft werden.