Ties en Rembrandt zijn aan een grootse taak begonnen: Ties heeft een aantal solo’s van John Coltrane, Cannonball Adderley, en Lennie Tristano op zijn lessenaar gezet en is ze gaan studeren zoals hij een klassiek stuk zou studeren. Onbevooroordeeld, on the go beoordelend wat de noten nodig zouden hebben. Precies zoals hij doet met Bach. Ties probeert niet zozeer de noten na te spelen, maar speelt eerst de noten door en beoordeelt hoe hij denkt dat de muziek het beste zou klinken. Zo komt dit project tot een frisse versie van muziek die zowel eigen en uniek is van het materiaal dat we normaal gesproken nooit meer live gespeeld zouden horen.
Bij Jazz improviseert de muzikant elke keer anders. Bach en Mozart improviseerden óók, maar zij schreven hun improvisaties uit. Die composities spelen we nu nog steeds; uitvoerders wereldwijd breken dagelijks hun hoofd over hoe ze dat nu precies moeten doen. Speel je mét of zonder vibrato? Welk tempo? Hoe articuleer je precies? Waar kan je ademhalen? We zullen het nooit echt zeker weten.
In de jazzmuziek zijn er wél opnamen van de grote pioniers beschikbaar. Maar, in tegenstelling tot de klassieke wereld, zullen we die noten nooit meer live op het podium gespeeld horen. De échte muzikale strekking van een live uitvoering blijft toch altijd alleen van die lucky few die er bij waren.
Zo hebben de jazz en klassiek allebei hun normen en taboes. Rembrandt Frerichs en Ties Mellema houden wel van taboes doorbreken. Zij laten je de de originele noten, horen, maar ook nieuwe muziek, die zijn basis vindt in het spel van John Coltrane en Lennie Tristano.
Stukken van Coltrane, Defranco, Raga Bhimpalasi, Frerichs, Mellema