De vijftien Bijbelse psalmen 120 – 134 kennen alle eenzelfde opschrift, dikwijls weergegeven met ‘bedevaartslied’ of ‘pelgrimslied’. Vanwege dit eenduidige opschrift vormen zij samen een eenheid, een serie. Letterlijk vertaald heten deze psalmen; liederen van de trappen, als verwijzing naar de trappen van de tempel in Jeruzalem, als stadia in de opgang van de pelgrim. Om het ‘opgaan naar Jeruzalem’ te verduidelijken is gekozen voor de titel: Liederen van Opgang.