De Orgelsymfonie van Saint-Saëns

Camille Saint-Saëns componeerde van zijn vijftiende tot zijn zesentachtigste en was twintig jaar lang titulair organist van de Parijse Madeleine. Zijn beroemdste grote orkestwerk is de Derde symfonie uit 1886, met in het tweede en vierde deel een belangrijke maar niet virtuoos schitterende rol voor het orgel. De symfonie is opgedragen aan Franz Liszt, van wie het ooit zo populaire Ave Maria von Arcadelt in een orgelversie tot klinken komt.

De Franse omnivoren Escaich en Connesson

Thierry Escaich (1965) treedt in de voetsporen van zijn beroemde voorganger: hij is titularis van de Parijse Église Saint-Étienne-du-Mont. Net als Saint-Saëns bestrijkt hij als componist een breed spectrum, van opera tot kerkmuziek. Dat hij een briljant improvisator is, spreekt vanzelf: in zijn gecomponeerde muziek houdt hij vast aan een solide structuur en tonale fundamenten. De eveneens uit Frankrijk afkomstige Guillaume Connesson (1970) behoort tot de generatie van jonge omnivore componisten. Alles is in zijn muziek toegestaan en terug te horen – van Igor Stravinsky’s Le sacre tot heavy metal. In Flammenschrift spreekt Ludwig van Beethoven bovendien een hartig woordje mee.