Judith Weirs intense Blond Eckbert

De Schotse componiste Judith Weir (1954) richt zich in haar oeuvre sterk op vocale muziek. In 1994 ging haar opera Blond Eckbert in première. Diep in het bos leven Eckbert en Berthe. Ze lijken gelukkig, totdat blijkt dat hun enige vriend Walther meer van ze weet dan hen lief is. Suggestieve, vervreemdende klanken, niet noodzakelijkerwijs dissonant, schilderen de natuur waarin dit ongemakkelijke sprookje van de schrijver Ludwig Tieck is gesitueerd. Hoewel Blond Eckbert op een fascinerende wijze de 'Waldeinsamkeit' van de Duitse romantiek laat horen, schildert het werk eigenlijk de onuitgesproken taboes en trauma’s die in elke menselijke relatie een rol spelen. Weir weeft, na een laconieke opening, behendig een steeds dichter en intenser web van klanken en sferen, tot aan een plotse apotheose.

De ‘moderne klassieker’ Il prigioniero

Il prigioniero (1948) van Luigi Dallapiccola is inmiddels een klassieker van het moderne operarepertoire. De hoop vormt de rode draad in deze eenakter. Of beter: de vernietiging van de hoop, want de gevangene in het verhaal wordt niet vrijgelaten – wat hij veronderstelt – maar naar de brandstapel gevoerd. Met de traumatische tijd van de nog recente Tweede Wereldoorlog in herinnering schreef Dallapiccola een schrijnend verhaal waarin wrange dissonanten en de glinsterende hoop van de Italiaanse lyriek elkaar afwisselen.