Metamorphosen

In het laatste halfjaar van de Tweede Wereldoorlog schreef Richard Strauss nog één belangrijk orkestwerk: de weemoedige Metamorphosen, een studie voor 23 solostrijkers. Dat hij het een ‘studie’ noemde, was een understatement: het is een van zijn meest volmaakte composities. Het werk wordt over het algemeen gezien als een elegische klaagzang op de verwoesting die de oorlog in Duitsland had aangericht, en ten tijde van de compositie nog steeds aan het aanrichten was. Een van de thema’s van het stuk citeert letterlijk de treurmars uit Beethovens Derde symfonie, de 'Eroica'.

Vier letzte Lieder

Enkele jaren later schreef de vierentachtigjarige Strauss zijn misschien wel meest geliefde compositie, de Vier letzte Lieder. Dit waren letterlijk zijn laatste liederen, zijn zwanenzang dus. Hij heeft ze zelf nooit live kunnen horen, hij stierf kort na de voltooiing in 1949. De liederen ademen de sfeer van afscheid en berusting uit. De componist neemt afscheid van het leven, en de wereld neemt afscheid van een genre en van een muzikale taal die nu definitief ‘historisch’ was geworden. Terwijl Strauss deze stukken schreef, was de atonale muziek de kinderschoenen namelijk al lang ontgroeid, en in de tweede helft van de twintigste eeuw zou de muziek een radicaal andere richting inslaan.