Beethoven, Bartók, Lutoslawski en Brahms

Beethovens Sonate in G, 'Erzherzogssonate', was zijn laatste. De componist neemt de ruimte in een soms sereen, vrolijk uitlopend werk. De Israëlische pianist Rabinovich kan zich op zijn vurigst laten horen in Bartóks Eerste sonate. Vol impulsieve wendingen en soms bijna agressief spel van beide instrumenten. Luchtigheid is er van Lutoslawski in Subito, geschreven ten behoeve van een vioolcompetitie. Een perfect werk voor Ferschtman, die in al haar virtuositeit nooit de rol van verteller verliest. Van Brahms klinkt de ' Regen'-sonate. Die dankt zijn naam aan een lied dat Brahms citeert – de toon is verder uiterst zonnig.