Britten, Liszt en Rachmaninoff

Ruitens recital begint met drie liederen van Reynaldo Hahn. Wie door diens oeuvre bladert, ziet opvallend veel nachtegalen, sterren en prille lentes langskomen. Maar Hahn is niet de enige. Zo bezingt Liszt een leeuwerik en Fanny Mendelssohn een zwaan. Chausson begeeft zich in donkere wouden onder flonkerende sterrenhemels. Rachmaninoff reist af naar een verlaten beeldschoon eiland, en beklaagt zich over de liefde. Van Britten klinken onder meer vier jazzy Cabaret Songs, geïnspireerd op het Berlijnse nachtleven.