Brahms en Wagner

Johannes Brahms had zoveel respect voor Beethoven dat hij zelf geen symfonieën durfde te schrijven. Uiteindelijk schreef hij er vier. De Vierde symfonie wordt wel beschouwd als het hoogtepunt van zijn oeuvre en een staalkaart van zijn symfonische kunnen. De hoekdelen bevatten zoveel ideeën dat ze bijna op zichzelf staande symfonieën zijn. Het werk bevat diverse knipogen naar Brahms’ grote idool Beethoven en de finale is een ode aan Bach. Het concert wordt geopend met het 'Vorspiel' uit Wagners opera Tannhäuser, over liefdesperikelen tijdens een middeleeuws zangtoernooi.