Het concert bestaat uit werken van Nederlandse componisten uit drie belangrijke stijlperiodes. Uit de late Renaissance zingen we polyfoon werk van Schuyt en Sweelinck (zowel vader als zoon). Uit de Romantiek komt de meer harmonische koormuziek van Diepenbrock, Röntgen en Hendrik Andriessen. Laatmodern werk is er van Manneke, Van den Hombergh en Louis Andriessen, die zich allen lieten inspireren door eerdere werken.

De passie en levenslust spat er bij veel composities vanaf: er wordt vreught gemaeckt en getreurd, aanbeden en gezoend. ‘Geen water blust dit vuur’, zoals Joost van den Vondel al over de liefde schreef. En daar weet een licht ontvlambaar koor als Fenix wel raad mee.