Liefde en absurditeit

Liebeslied is het kamermuzikale pendant van zijn orkestwerk Teufel Amor. Samen vormen ze een tweeluik over de liefde, volgens Widmann ‘paradijs en slangenkuil’. Maar waar moet je Widmanns Kwintet plaatsen? De bezetting is een hommage aan Mozarts Kwintet in Es voor piano en blazers, maar de vorm is romantisch Schumannesk; een keten van instrumentale miniaturen met deels sprookjesachtige, deels quasi-geleerde titels. Verwunschener Garten staat naast Akkord-Etüde (mit Cantus Firmus)... Paradoxale instructies als ‘panisch, maar aarzelend’ en een Coda die ruim voor het einde komt, onderstrepen het absurdistische gehalte van het stuk.

Widmann-wereldpremière

In de Freie Stücke, geschreven voor de vijftigste verjaardag van zijn leraar Wolfgang Rihm: tien korte delen vol magische klankschimmen in het niemandsland tussen aangeblazen lucht en toon, soms op stratosferische hoogten en in het zesde deel, ‘zwevend langzaam’, bijna als Ligeti-hommage. Air voor hoorn solo is volgens Widmann een ‘natuurstuk over nabijheid en verte’. De hoornist projecteert zijn noten op een geopende vleugel met neergedrukt pedaal, waardoor het zangerig en virtuoos galmt als berg en dal.