Schubert, Franck, Bloch en Saint-Saëns

Wildschut en Elisabeth Brauß, volgens de Volkskrant een ‘gigantisch pianotalent’, starten met Schubert. Zijn Sonate in A, D 574, biedt gelijke, zeer lyrische kansen aan de twee instrumenten. Zonnige, haast lome passages wisselen af met brutale, uitbundige. Wildschut soleert in Blochs melancholieke Baal Shem. In drie delen schetst Bloch het traditionele chassidisch-Joodse leven. Van Franck klinkt de poëtische Sonate in A, en Saint-Saëns sluit dit concert af. In zijn Danse macabre verandert een stille begraafplaats in een dansvloer voor de doden.