De in Praag wonende Curaçaose schilderes bestudeert het notenbeeld, van waaruit zij een visuele partituur creëert dat zich vertaald in een choreografie voor de bewegingen van de kwast. Een unieke kunstvorm die de diepere lagen in de muziek zichtbaar maakt. Die Zelle in Nonnenwerth zag voor het eerst het licht als een klaaglied, waarin de zanger – afgesloten van de wereld in het klooster van Nonnenwerth – zijn verlatenheid beweent, en werd door Liszt voor cello en piano herschreven. Daarna komen twee historisch belangrijke Hongaarse meesterwerken. Beide werken zijn zowel meeslepend als spectaculair baanbrekend in het technisch gebruik van het solo-instrument. Franz Liszt Die Zelle in Nonnenwerth voor cello en piano Franz Liszt Sonate in b klein voor piano solo pauze Zoltán Kodály Sonate voor cello solo opus 8.

Maryleen Schiltkamp - music painter
Pamela Smits - cello
Tobias Borsboom - piano