Chopin en Escher
In vrijwel al Chopins werk speelt de piano de hoofdrol. Slechts een handjevol stukken zet andere instrumenten in de schijnwerpers. Dat is dan meestal de cello – met overigens wel een piano ernaast. Chopin had een bijzondere voorliefde voor de wat melancholieke klank van de cello. In de Sonate in g is die bovendien bijzonder virtuoos. De Volkskrant was enthousiast over een recente uitvoering van Viersen en Beijer: ‘fantastische verknopingen tussen de piano- en de cellopartij’. Van Rudolf Escher spelen zij de Sonata concertante, geschreven met de Tweede Wereldoorlog als decor. Diep geconcentreerd, vaak bijna driftig, soms gruizig en lyrisch tegelijk: een indringend duet.