Feest voor het oor
De symfonieën van Joseph Haydn zijn een feest voor het oor en de geest. Haydns Symfonie nr. 96, ‘The Miracle’, ontstond in 1791, het jaar dat Mozart stierf en ‘Papa’ Haydn aan een tweede jeugd begon: hij reisde naar Londen, waar hij ongekende triomfen vierde. Vlak na de première van zijn Symfonie nr. 96 zou een zware kroonluchter van het plafond zijn gevallen, maar niemand werd geraakt: het publiek was nét naar voren gesneld om de musici en de componist toe te juichen. Vandaar de bijnaam ‘The Miracle’. Dat het voorval waarschijnlijk plaatsvond bij een andere Haydn-symfonie, doet er niet toe. De bijnaam klopt toch: deze symfonie is een wonder van inventiviteit en vitaliteit.

Schuberts zorgeloze Zesde
Een wonder van inventiviteit en vitaliteit: dat geldt net zo goed voor Schubert. Hoewel hij vooral bekend staat als liedcomponist, schreef hij in hoog tempo tien meesterlijke symfonieën, die hij geen van alle ooit zelf heeft gehoord. De eerste keer dat een ervan werd uitgevoerd was een maand na Schuberts voortijdige dood, toen zijn zorgeloze Zesde symfonie klonk bij een herdenkingsconcert. Toen Schubert deze symfonie als twintigjarige componeerde, was hij er enorm trots op. De delen twee en vier ademen de geest van Rossini, over wie Schubert zei: ‘Hij is zonder twijfel een exceptioneel genie’.