Mozart en Schubert

Mozarts Twintigste pianoconcert, KV 466 is Wang en Gergiev op het lijf geschreven. Het werk is van een tot dan toe in concertmuziek ongekende heftigheid en gepassioneerdheid. Het loopt in verschillende opzichten vooruit op de opera Don Giovanni, die ruim twee jaar later zijn eerste opvoering zou beleven. Gergiev leidt ook Schuberts Vierde symfonie. Die noemde Schubert zelf ‘de Tragische’. Beethovens Vijfde symfonie, de ‘noodlotssymfonie’, had op de jonge componist een verpletterende indruk gemaakt. Met dat werk heeft de Vierde de toonsoort c-klein gemeen. Maar Schuberts tragiek is van korte duur. Al snel breekt het zonnetje door.