John Eliot Gardiner volgt Berlioz’ stormachtige ontwikkeling

De stormachtige ontwikkeling van het genie Hector Berlioz wordt in dit programma op de voet gevolgd. Wanneer de jonge componist in 1829 met zijn verbijsterend moderne cantate La mort de Cléopâtre voor de derde keer meedingt naar de Prix de Rome wordt hij schamper afgewezen. In het volgende jaar – hij is dan 26 – schrijft hij zijn Symphonie fantastique, een hallucinerende reactie op een krankzinnige verliefdheid. Nog een jaar later wint hij die felbegeerde Prix de Rome alsnog met een suffige cantate die de regels keurig volgt. De ‘Fantastique’ ging echter de muziekgeschiedenis in als de belangrijkste Franse symfonische schepping van de negentiende eeuw.

De Symphonie fantastique op originele instrumenten

Mendelssohn dacht daar trouwens heel anders over: 'twee piano’s die klokken moeten imiteren, vier paukenisten met vilten stokken, twee harpen, een berg grote trommen, violen verdeeld in acht partijen en contrabassen in twee, en dat alles alleen maar om nutteloze rommel te produceren'. Een genadeloze beschrijving die nieuwsgierig maakt naar de uitvoering – met de originele instrumentatie – door John Eliot Gardiner en zijn Orchestre Révolutionnaire et Romantique. Want wie wil er nu niet eindelijk eens kennismaken met de instrumenten serpent en de ophicleïde?