Ensemblewerken over ijs en woud

Abrahamsens ensemblewerken Winternacht, Schnee en Wald kunnen met enig recht een trilogie worden genoemd. Ze gaan over winter, woud, ijs, nachtelijke sleeritten, romantische beelden. Zelf noemt de componist Wald de tweelingzuster van zowel Schnee als van zijn eerdere blaaskwintet Walden (1978). De titel voor Walden ontleende hij aan het gelijknamige boek uit 1854 van de Amerikaanse auteur Henry David Thoreau, dat zijn tweejarige verblijf beschrijft in een hut aan de oever van Walden Pond in Concord, Massachusetts.

Magie

Wald plaatst Thoreaus terug-naar-de-natuur-gedachte in een Duits-romantisch kader. De titel slaat een brug naar de pianocyclus Waldszenen van Robert Schumann. Voor zowel Schumann als Thoreau, schrijft Abrahamsen, is het woud 'de magische romantische plaats die de mens tot spiritueel inzicht brengt.' 

Het met Duitse voordracht aanwijzingen doorspekte Wald bevat in negentiende-eeuwse geest een echte Nachtmusik en een jachtscène met galopperende paarden. De aan Walden ontleende jachthoornroep van een stijgende kwart zal de hoornist Abrahamsen uit het hart zijn gegrepen. Zelf toog hij ooit met een waldhoorn naar het bos om die magie aan den lijve te ervaren.