Ravel en Pärt

Kristiina Poska debuteert bij het Concertgebouworkest met twee geliefde treurzangen, die allebei oude muzikale vormen als voorbeeld hebben. Ravels Tombeau de Couperin is opgezet als een baroksuite: elk van de zes delen is opgedragen aan een van zijn vrienden die gesneuveld waren in de Eerste Wereldoorlog. De Est Arvo Pärt was in 1976 zo ontdaan door de dood van zijn vakbroeder Benjamin Britten dat hij een muzikaal in memoriam schreef. De treurzang in de vorm van een prolatiecanon – een vorm uit de Renaissance – werd een van zijn populairste werken.