In de 16e eeuw stonden zangers uit de Lage Landen in hoog aanzien in heel Europa. Adriaan Willaert kwam in Venetië terecht als kapelmeester van de San Marco, waar uiteindelijk ook Claudio Monteverdi gewerkt heeft. Als gevolg van de bijzondere bouw van de kerk met twee orgelbalustrades tegenover elkaar, heeft Willaert in zijn polyfonie veel dubbelkorige passages verwerkt. Tegelijkertijd werkte in Brabant een kring van componisten rond Sebastiaan de Porta en Gheerkin de Hondt in dienst van het kapittel van de Sint Jans-Kathedraal. Hun repertoire is vastgelegd in schitterende koorboeken die bewaard worden door de Illustere Lieve Vrouwe Broederschap.