Virtuositeit en expressie 

Als telg van professionele musici leerde Sergej Koussevitski al jong viool, cello en piano spelen, maar hij koos uiteindelijk toch voor de contrabas. Wat het instrument allemaal in huis heeft, blijkt in zijn Concert voor contrabas, waarmee hij contrabassisten een nieuwe standaard van virtuositeit oplegde.

Tsjaikovski’s Vierde symfonie is het werk van een componist die zich bevrijdt uit het keurslijf van de klassieke structuur. Ook zijn gave voor melodie krijgt hier volop de vrije teugel. Hoewel beschouwd als een autobiografisch werk, ging het Tsjaikovski meer om het verklanken van een innerlijke belevingswereld dan om concrete gebeurtenissen.

In het eerste deel draait het om het lot, dat zo sterk is dat het individu het niet kan weerstaan. Daarop volgt een terugblik op de kindertijd, bitterzoet gekleurd door de onoverbrugbare afstand. Dan een dagdroom, met de soms bizarre beelden die het vrij laten stromen van gedachten met zich meebrengt. In een wervelende finale vindt een eenzame figuur tenslotte troost in de vreugde van de mensen om hem heen.