Brentano Quartet

Het Brentano Quartet stelde een avond samen met louter werken die iets te maken hebben met het Vijfde strijkkwartet van Béla Bartók. Dan gaat het om vorm, ritme of melodie. Ze pakken het methodisch aan: eerst hoort u werken die op dezelfde manier in elkaar zitten, bijvoorbeeld als canon. Soms herhaling van een eerdere stem, maar ook spiegelingen en omkeringen in muziek van Bach, Bartók en Purcell.

Vervolgens onderzoekt het kwartet de invloed van Hongaarse en Bulgaarse ritmes uit de volksmuziek: dan hoort u bijvoorbeeld Haydns Alegretto alla Zingarese. Tenslotte gaat het om de fixatie op één noot: zijn er stukken waarin, net zoals in het Vijfde strijkkwartet van Bartók, één noot een belangrijke rol speelt? Jawel: in Beethovens Strijkkwartet in F, op. 59 nr. 1. En na al deze muzikale omzwervingen hoort u het werk waar het allemaal om te doen is: Bartóks Vijfde strijkkwartet.

Bartóks Vijfde strijkkwartet

Kenmerkend voor Bartóks Vijfde strijkkwartet is de bijna architectonische structuur, te vergelijken met een boog: het middendeel wordt gesteund door symmetrische hoekdelen. Snel, langzaam, scherzo, langzaam, snel: zo ziet dat eruit in dit kwartet. Goed luisteren loont, want melodieën uit het eerste deel komen terug in de finale, en het vierde deel is een variatie op het tweede. Alleen genieten kan ook: het werk biedt het Brentano Quartet volop ruimte voor lyrische expressie.