Venera Gimadieva als Norma

De centrale aria uit Bellini’s Norma is ‘Casta diva’ (kuise godin). Die aria werd een metafoor voor operazang in het algemeen en voor Maria Callas in het bijzonder. Maar Callas, Giuditta Pasta, Lilli Lehmann en Rosa Ponselle zijn verleden tijd. En al is de titelrol vocaal-technisch en psychologisch enorm veeleisend – Lehmann vergeleek haar met die van Wagners Brünnhilde – het is fantastisch, nieuwe zangeressen te horen die zich aan dit waagstuk overgeven! Bij de Matinee zal dat Venera Gimadieva zijn, die hier eerder in Rimski-Korsakovs Gouden haan te horen was. Gimadieva is thuis in het lyrische belcantorepertoire, en vooral ook in Bellini’s oeuvre.

Verdi en Wagner vonden hun stem bij Bellini

Bellini schreef niet alleen prachtige muziek voor de diva, maar ook voor de seconda donna Adalgisa en de tenorrol van Pollione. Het orkest kenmerkt zich onder andere door lange ‘unendliche’ melodieën, die de partituur voortgang en vaart verlenen. Norma ging op 26 december 1831, tweede kerstdag, in première in de Milanese Scala. Er volgden triomfen, en het werk zou de romantische muziek van de negentiende eeuw – inclusief Verdi en Wagner – doorslaggevend beïnvloeden.