Cage liet Atlas Eclipticalis vaak vergezeld gaan van het aardse perspectief in Wintermusic (1957), waarin de tijd is bevroren in een soortgelijke ruimtelijkheid: de noten komen voort uit de oneffenheden in het muziekpapier. Ook hier kan de klank alle kanten uit – zonder begin of eind, met alles altijd als middelpunt: muziek waarin tijd ruimte schept.