Menig vorst in de baroktijd bracht met zijn dood hemelse muziek teweeg. Neem de rouwdienst voor Queen Mary II door de fameuze Henry Purcell zelf. Zijn gebruik in de Funeral Music van extreme dissonanten, expressieve gebaren en woordverklanking typeren de vocale muziek uit de 16e en 17e eeuw. Purcells grote voorbeeld was Thomas Tallis, geliefd hofcomponist en grondlegger van de Anglicaanse kathedraalmuziek, getuige het zevenstemmige en monumentale Suscipe Quaeso.

Geestelijk vader van deze imposante muziekstijl – later ‘barok’ genoemd – is ongetwijfeld de Venetiaanse hofcomponist Giovanni Gabrieli. Ook zijn Lutherse leerlingen Heinrich Schütz en Michael Praetorius hebben Gabrieli’s reputatie tot ver in het 17e eeuwse Duitsland levend gehouden. De productieve Schütz componeerde bijna vijfhonderd vocale barokwerken en schreef het polyfone meesterstuk Exequiën (‘uitvaartplechtigheden’) in opdracht van ene Heinrich ‘Posthumus’ Reuß, een kunstminnende grootgrondbezitter.