Forellenkwintet

Schubert kreeg de opdracht voor het kwintet in juli 1819, toen hij samen met bariton Johann Michael Vogl op bezoek was in dienst geboorteplaats Steyr, aan de voet van de Oostenrijkse Alpen. Vogl stelde hem voor aan een lokale weldoener en amateurcellist: Paumgartner. Deze Paumgartner had een salon waar hij muzikale soirées organiseerde, en hij gaf Schubert de opdracht voor een nieuw werk voor zo’n soirée. Hij schreef de bezetting voor: piano, viool, altviool, cello en contrabas. Bovendien vroeg hij Schubert om diens lied Die Forelle in een deel van het stuk te verwerken. En zo geschiedde.