Muzikaal verhaal rond verzet én bevrijding

Niet voor niets noemt componist/ muzikant Patricio Wang (Chili, 1952) zich een ‘vluchteling in tweevoud’. Na de coup van generaal Pinochet op nine eleven 1973 wordt hij wegens zijn ‘staatsgevaarlijke’ crossovers van traditionele muziek uit de Andes (andino) met klassiek en pop (Beatles-covers) verbannen. Wang vlucht naar Nederland.

Als leerling van Louis Andriessen ontpopt hij zich tot een veelzijdig componist/ gitarist die furore maakt in avantgarde ensembles (De Volharding, Hoketus) en andino formaties (Amankay, Quilapayùn). Daarnaast drukken zijn melancholieke composities hun stempel op film, dans en theater. In schrijfster Marja Vuijsje herkent hij een zielsverwante. Zij beschreef haar familie relaas in ‘Ons kamp. Een min of meer Joodse geschiedenis’ en onderhield ook nauwe connecties met Chili.

Samen presenteren ze een ontroerend muzikaal verhaal rond verzet én bevrijding.