Over een stoere broer en een dapper zusje

Grote broer en kleine zus moeten slapen. Maar ze willen niet slapen. Ze willen op avontuur.

Samen sluipen ze weg. Op de hoogste plank van de kast staat de snoeptrommel.

Grote broer is stoer. Hij klimt omhoog om het snoep te pakken, maar zijn knieën beginnen te knikken en zijn lip begint te trillen. Er is niks aan te doen, de trommel staat te hoog. Kleine zus is lief, ze troost grote broer. En voor ze het weet lukt het haar wel om de snoeptrommel te pakken.

Grote broer herpakt zich snel: ‘Dit is geen gewoon snoep’, zegt hij stoer. ‘Het is alleen voor grote kinderen. Voor kleine kinderen is het heel gevaarlijk Als jij ervan eet verander je!’ ‘O ja? Waarin dan?’ vraagt zus. ‘Je breekt uit je vel als een slang, je krijgt klauwen en er groeien lange haren uit je oren!’ zegt grote broer. ‘Dat kan niet,’ zegt kleine zus. ‘Dat wil ik dan wel eens zien!’