Eigen visie

Rembrandt ontwikkelt zich al jong tot een van de populairste kunstenaars van de Gouden Eeuw. Hij schildert in de stijl die dan in de mode is: glad en gedetailleerd. Dat verandert rond zijn 45ste. In losse, soms grove, verfstreken vangt hij mensen, emoties, lichtval en texturen – baanbrekend voor die tijd. Die nieuwe schildertrant valt bij opdrachtgevers niet altijd in goede aarde. Toch geeft Rembrandt niet toe. Hij blijft staan voor zijn eigen visie op het schildersvak. 

In de voorstelling kijkt Rembrandt terug op zijn veelbewogen leven. Hij ziet hoe de kunst en zijn eindeloze drang om die te vernieuwen hem hebben voortgedreven. Voor de eventuele keerzijde sluit hij zijn ogen. Totdat zijn dochter hem er fijntjes op wijst dat haar vaders ambities voor haar niet altijd positief zijn. Als ook de geest van Geertje – zijn minnares die hij in een tuchthuis liet opsluiten – hem komt tergen, moet Rembrandt zichzelf in de ogen kijken. Was dit het allemaal waard? Had hij anders gekund? Hoe komt hij in het reine met zichzelf?