Een jongen krijgt bezoek van de wind. Eindelijk heeft hij iemand om mee te spelen. De wind kan trucjes en de wind kan jagen. De wind kan dingen laten vliegen en dingen tot leven brengen. Dankzij de wind lijkt het bijna wel of de jongen helemaal niet alleen is. Als de wind vertrekt besluit de jongen achter hem aan te gaan en komt zo aan op de plek waar de wind woont. Daar is het koud en nooit stil en om te mogen blijven moet de jongen leren om net zo koud en hard als de wind zelf te worden. Maar hoe doe je dat als je eigenlijk gewoon een jongen bent...

Gedurende de hele kerstvakantie is Waar de Wind Woont te zien in Oostblok. Dus neem je opa, oma, nichtje, neefje, tante, oom, zus, broer, papa, mama, buurman, buurvrouw, juf, meester, pianodocent en je voetbalcoach mee!