Worstelen met gevoelens

Je kunt ineens fietsen zonder zijwieltjes. Je broertje krijgt een groter cadeau. Er zit een draak onder je bed. Oma wil je steeds knuffelen. Je vader luistert niet. Je cavia is doodgegaan. Gevoelens zijn er altijd en overal. Superhandig, omdat ze je helpen te weten wat je wilt én wat niet. Maar stel dat je nog niet weet wát je precies voelt, of wat je ermee moet. Als zo’n boel gevoel ineens naar boven komt, wat doe je dan?

Nora bouwt in de blokkenhoek een hoge toren. Als die bijna af is, komt Elia het laatste blok op een mooie plek zetten. Maar dan valt de toren om. Alles voor niets gedaan! Nora schreeuwt en rent achter Elia aan. De juf wordt boos op Nora en dan ineens… staat Nora aan de voet van een vulkaan. Die vulkaan stottert en sputtert en barst uit! 

Ze maakt zich uit de voeten en belandt in een wervelende wereld, waarin alles en iedereen worstelt met gevoelens: van een verlegen moddermonster tot een angstig puzzelstukje, van een beteuterde oma tot een lachende reuzenpanda. Zou dansen, zingen, rappen helpen? Of heel hard gillen? Wat als je boosheid niet meteen remt, je tranen niet gelijk droogt, maar alles eerst juist tot in je tenen doorvoelt?