Sneeuwvlokje

Hoog in de bergen ontmoet Alfred een sneeuwvlok. Als Alfred vraagt “waar ga je naartoe?” antwoordt het vlokje “naar zee.” “Naar zee?” “ja, de zee, zij is mijn moeder.” Alfred vraagt haar “mag ik mee?” “Leuk,” zegt de sneeuwvlok, “we moeten opschieten, ik moet voor zessen thuis zijn.” “Waarom?” “Stel je voor dat ik voor zes uur smelt.”