Conclusie van het rapport is dat Amsterdam economisch profiteert van het toerisme. De overlast als gevolg van de bezoekersaantallen is hoger dan in de rest van Nederland. Echter de afgelopen jaren is die overlast niet toegenomen, ondanks het stijgend aantal bezoekers. Wel is de druk op specifieke buurten, zoals de Wallen, heel erg hoog (door geluidsoverlast, vervuiling door straatafval, huisvuil en ontlasting, criminaliteit en hinder door de grootte van groepen). Dit beeld strookt met het beeld dat wij terugkrijgen via ons netwerk en de verschillende belangengroepen waarmee wij samenwerken.

Op twee kengetallen verschillen de cijfers van Amsterdam Marketing met die van SEO economisch onderzoek:

  1. totale bestedingen (18 miljard t.o.v. 6.3 miljard) en
  2. werkgelegenheid (154.000 ft-banen t.o.v. 61.000).

Dit verschil is terug te voeren op twee zaken, te weten Verschil in onderzoeksmethodiek waardoor de uitkomsten niet te vergelijken zijn; Of anders geformuleerd door de verschillen in methodiek, verschillen de uitkomsten ook omdat er eigenlijk iets, of iemand anders wordt onderzocht en door een andere, bredere scoop en onderzoeksgroep
Dit geeft opnieuw de noodzaak aan om met de verschillende onderzoeksinstellingen (OiS, Rekenkamer Amsterdam, CBS, NBTC en Amsterdam Marketing) een integraal verhaal te ontwikkelen waarin methodieken op elkaar afgesteld zijn. Zodat er een eenduidiger verhaal ontstaat en conclusies kunnen worden getrokken. Gesprekken hierover zijn inmiddels gaande.

Toelichting op cijfers

Ad 1. In de cijfers die SEO economisch onderzoek overneemt, worden een aantal belangrijke uitgaven niet meegerekend:
De bezoekersuitgaven in niet-geregistreerde accommodaties zoals (Airbnb, overnachten bij familie + vrienden). Waardoor de niet-geregistreerde bezoeker/bestedingen (zij die verblijven in een niet-geregistreerde accommodatie) niet wordt meegenomen in de berekeningen zoals opgenomen in het rapport.
Wat ook, op pagina 16 van het rapport wordt aangegeven: “Het CBS registreert gasten die in hotels, bungalowparken, camping of groepsaccomodatie overnachten (= geregistreerde bezoeker). Het CBS rekent niet mee bezoekers die overnachten op boten, tweede woningen, cruises en overnachtingen in nieuwe opkomende vormen (social traveling), airbnb + familie, vrienden, kennissen (ongeregistreerde bezoekers)”. Deze niet-geregistreerde bezoekers + uitgaven + uitgavepatroon wordt derhalve ook niet meegenomen in de bestedingen. En dat is een heel groot deel dat buiten beschouwing wordt gelaten.

Ter verduidelijking (*officiële cijfers CBS/NBTC)

Van alle verblijfsbezoekers uit Nederland (3,5 miljoen) die naar Amsterdam gaan en er overnachten, logeert 40% * in een geregistreerde accommodatie. En 60%* verblijft in een niet-geregistreerde accommodatie 2.1 miljoen). Bovendien laat deze groep bezoekers in aantallen een groei van 50%* zien. Dus er gaan er meer naar Amsterdam die in niet-geregistreerde accommodaties verblijven. En onderzoek toont aan dat zij ook langer blijven in Amsterdam dus meer dagen geld spenderen in Amsterdam.

Van alle verblijfsbezoekers uit het buitenland (8,7 miljoen) verblijft 60%* in geregistreerde en 40%* (3,5 miljoen) in niet geregistreerde accommodaties. Ook deze groep laat een groei zien in aantallen en het aantal dagen dat zij verblijven in Amsterdam.

De rekenkamer Amsterdam concludeerde in een eerder rapport dat de groei in ongeregistreerde bezoekers en – bezoekersdagen enorm is: het aantal ongeregistreerde Nederlandse verblijfsbezoekers is met 63% gegroeid in vergelijking met 2011. Door de
hogere bezoekfrequentie en langere verblijfsduur zijn de ongeregistreerde Nederlandse bezoekdagen zelfs gestegen met 162%.

In totaal, zo blijkt uit de cijfers van CBS/NBTC draagt toerisme 76 miljard aan de Nederlandse economie. De geschatte 18 miljard aan bestedingen van bezoekers in Amsterdam komt neer op 23%. De 6,3 miljard zoals in het rapport vermeld komt neer op 8%. Verhoudingsgewijs klopt dit gevoelsmatig niet. Zo verblijft meer dan de helft van het aantal buitenlandse gasten die overnachten in Nederland, in Amsterdam. De 6,3 miljard aan bestedingen, zoals genoemd in het rapport is derhalve een ondergrens.

Ad. 2 Het verschil in resultaten werkgelegenheid is terug te voeren op methodiek. Waarbij onze methodiek uitgaat van de vraag (demand) van de bezoeker. In het SEO economisch onderzoek-rapport wordt verwezen naar cijfers van onder andere Ois dat uitgaat van het aanbod. In dit laatste geval wordt vooraf gedefinieerd welke sectoren (diensten) geoormerkt wordt als toeristisch.
In de Amsterdam Marketing (demand)methodiek wordt gekeken naar gemiddelde bestedingen per dag, per bezoeker keer het aantal bezoekdagen. Dit totaal aantal bestedingen wordt met een ratio, vertaald naar banen.

De andere (supply)methodiek bepaalt vooraf welke activiteiten worden gerekend tot de toeristische sector en kijkt dan naar het aantal banen in die sector.
Ter verduidelijking: in de Amsterdam Marketing methodiek wordt de bakker waar een Italiaanse bezoeker die verblijft in een (air)bnb, brood kocht de afgelopen zeven dagen, wel meegerekend. In de supply methodiek waar SEO economisch onderzoek aan refereert in het rapport wordt dit niet meegerekend. De vrouw uit Leeuwarden die haar zus bezoekt in Amsterdam en een bos bloemen koopt op CS wordt in de Amsterdam Marketing methodiek meegenomen. In de supply methodiek van CBS wordt dat niet meegenomen.
Het verschil is derhalve terug te voeren op methodieken die anders zijn en daardoor de scope van hetgeen onderzocht wordt. Beide cijfers hebben derhalve betekenis maar kunnen niet met elkaar worden vergeleken. Je kijkt anders, dus je onderzoekt iets anders.