De avond erop verzamelden zich duizend Amsterdammers voor zijn ambtswoning aan de Herengracht voor een staande ovatie. Het was een van de vele manieren waarop de stad liet weten dat deze burgemeester haar aan het hart gebakken was.

Bij Amsterdam Marketing kenden we Eberhard vooral als een betrokken burgemeester. Hij was hartstochtelijk ambassadeur van ons project ‘180 Amsterdammers’ dat de veelheid aan kleuren en culturen binnen de stadsgrenzen benadrukte en vierde. Want het directe contact met zijn stadgenoten, in al hun verscheidenheid, stond voor hem op de eerste plaats.

Hij wist als geen ander hoe belangrijk het is de positie van zijn stad in de wereld te versterken. Niet voor de prestige, maar voor de Amsterdammers, want economische kracht betekent welvaart en werkgelegenheid. Hij deed dat met heel veel succes: onder zijn leiding maakte Amsterdam een ware renaissance door. En iedere Amsterdammer moest bij dat succes betrokken worden.

Bestuur, cultuur, kennisinstellingen en bedrijfsleven moeten innig samenwerken om dat te bereiken, dat was zijn visie. Als bezielend voorzitter van de Metropool Amsterdam Club toog hij onvermoeibaar de wereld in met die combinatie. Naar Berlijn, Kopenhagen, Londen; overal waar kansen lagen liet hij zijn gezicht zien. Niet omdat hij zo graag op reis ging, maar omdat hij wist hoe belangrijk het was dat iemand van zijn positie zich persoonlijk inzette.

Als hoofdstad is Amsterdam een stad van alle Nederlanders. Die moesten zich er thuis voelen, vond hij. Maar eerst en vooral is de stad van de Amsterdammers. De ‘Balans-discussie’ die Amsterdam Marketing aanzwengelde – hoe behouden we het evenwicht tussen wonen, werken en bezoeken? – sloeg wat hem betreft dan ook in het voordeel van de eigen bewoners uit: Amsterdammers eerst. Niet alles mocht over geld gaan.

Veel kon en mocht van deze burgemeester - de openingstijden van clubs werden verruimd, ‘zolang andere Amsterdammers er maar geen last van hebben’ – maar genoeg was genoeg. Hij kon ook een streep zetten als het moest, maar altijd met humor, misschien wel zijn sterkste wapen. ‘Fluit me maar uit,’ zei hij tegen de harde kern van Ajax toen hij besloten had het kampioensfeest van het Museumplein naar het ArenA Park te verplaatsen. ‘Ik had al een Ajax-seizoenskaart toen jullie nog in je pyjamaatjes voor Sesamstraat zaten.’

Eberhard van der Laan, de geboren Leidenaar, de jurist met het sociaaldemocratische hart, die beweerde het ambt van burgemeester van Amsterdam nooit echt te hebben geambieerd, bezat precies de juiste eigenschappen er een te zijn. Dat hadden de Amsterdammers misschien nog eerder door dan hijzelf. Op 5 oktober 2017 overleed hij, 62 jaar oud, in zijn ambtswoning aan de Amsterdamse Herengracht. Wij, die hem van nabij hebben meegemaakt, zullen hem nooit vergeten.