Molens 

De Zaanstreek is een van de oudste industriegebieden van Europa. Wind en water speelden een essentiële rol in het succes, want de molens in de streek voorzagen een groot deel van het land van voedsel en goederen. In de zeventiende en achttiende eeuw maakte de streek een economische bloeiperiode door en rond 1720 waren er zo’n zeshonderd molens in gebruik. Weverijen, zeildoekfabrieken, zagerijen, smederijen en scheepswerven schoten als paddenstoelen uit de grond. Textiel, papier, tabak, verf, kaarsen, snuiftabak, blauwsel, cacao, schepen, vee: het werd hier allemaal geproduceerd en verhandeld. Met de komst van de stoommachine halverwege de negentiende eeuw, verdwenen de meeste molens. Er zijn slechts 15 industriële windmolens bewaard gebleven. 

De provisiekast van Nederland

De Industriële Revolutie mag er dan voor gezorgd hebben dat de windmolens overbodig werden, de industrie in de Zaanstreek werd alleen maar omvangrijker door de nieuwe technieken. Materialen zoals beton en staal maakten de bouw van grotere en hogere fabrieken mogelijk. En behalve het verwerken van grondstoffen, zoals hout en rijst, werden in de fabrieken nu ook eindproducten gemaakt. De koekjes van Verkade, de soepen van Honig, de olie en de nootjes van Duyvis en de rijst van Lassie werden bekend in het hele land. Er kwamen zoveel producten uit de Zaanstreek dat de regio de bijnaam ‘de provisiekast van Nederland’ kreeg. Om al die voedingsmiddelen te verkopen, werden grote winkelbedrijven opgezet, met Albert Heijn als beroemdste voorbeeld. 

Het Hem

Aan de Zaan stonden talloze drukkerijen, scheepswerven en fabrieken die machines en verpakkingsmaterialen maakten. Vanaf 1900 werd op het Hembrugterrein munitie geproduceerd in de zwaarbeveiligde gebouwen achter de hekken. Het terrein vormde het hart van de Stelling van Amsterdam en was de veiligste plek van de 135 kilometer lange verdedigingskring. Heel lang was dit gebied dus verboden terrein voor burgers. Tot 2014, toen het stukje bij beetje openbaar werd. Het HEM is nu een cultuurhuis, met naast een expositieruimte, een huisbibliotheek, een restaurant met terras, een hifibar in een van voormalige schietkelders en, als alle vergunningen rond zijn, een hotel op poten boven de fabriekshal, ontworpen door Rem Koolhaas. Je kan hier gemakkelijk een dag spenderen.

De fabrieken van toen

In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw verdween een groot deel van de industrie weer uit de Zaanstreek. Bedrijven en fabrieken gingen failliet en de bedrijven die overleefden deden dat vaak als onderdeel van grote multinationals. De monumentale panden en oude fabrieken aan de Zaan worden nu stukje bij beetje opgeknapt. Voor een deel worden ze teruggebracht in de staat van begin twintigste eeuw, maar met nieuwe bestemmingen. De Verkadefabriek bijvoorbeeld werd tussen 2004 en 2009 gerestaureerd en is nu een multifunctioneel centrum voor culturele en creatieve instellingen. Weten hoe het eraan toe ging toen er nog koekjes en chocola gemaakt werd? In het Zaans Museum is een Verkade Experience opgenomen, waar je je in de vroeg twintigste-eeuwse fabriek waant en de geschiedenis van Verkade tot leven komt. 

Oude ambachten

De industriële revolutie zorgde voor grote veranderingen, maar de kunsten en ambachten van vroegere tijden bleven bestaan, al was het dan op veel kleinere schaal. Van kaasmaken tot paling roken, je ontdekt ze nog bij de Kaaswaag Edam en in het Volendams Museum. En vergeet ook de Zaanse Schans niet. Het mag dan vooral bekend staan als toeristentrekpleister, je kunt er veel opsteken over de geschiedenis van de streek (ook in nieuw museum Wereld van Windmolens). 

De molens op de Zaanse Schans lijken al eeuwenoud, maar zijn dat zeker niet. Na de Tweede Wereldoorlog moesten veel oude panden en molens in de Zaanstreek plaatsmaken voor nieuwbouwwijken, wegen en industrie. Bezorgde organisaties richtten in 1950 de stichting Zaanse Schans op, met als doel een reservaat voor bedreigde historische bouwwerken neer te zetten. In 1961 werd de Zaanse Schans geopend. 

Oudhollands

Typisch Zaans zijn de welbekende houten Oudhollandse (dijk)huisjes, vaak groen geverfd. Die Zaanse bouwstijl is op veel plekken in de regio terug te vinden, maar nergens komt het zo tot leven als in Zaandijk. De groene, houten woningen zijn zonder uitzondering nog in goede staat en geven het straatbeeld sfeer en kleur. Het dorp De Rijp, dat al eind dertiende eeuw gesticht is, straalt rust en historie uit en het is dan ook moeilijk voor te stellen dat eeuwen geleden de haringvisserij en walvisvaart voor veel welvaart zorgden – al zijn de sporen daarvan nog altijd in terug te vinden. 

Ook in Waterland vind je, te midden van de weilanden en akkerlanden, schilderachtige dorpjes. Een lust voor het oog, zo mag Broek in Waterland omschreven worden. Jarenlang wedijverde ‘Broek’ met Amsterdam als belangrijkste haven en handelsplaats, maar na verloop van tijd is de rol van het dorp veranderd naar een toevluchtsoord voor rijke stedelingen, die hier hun zomers doorbrachten. De monumentale houten huizen die zij hebben laten bouwen zijn nog altijd kenmerkend voor het dorpsgezicht. En ook Ransdorp, Durgerdam en Zuiderwoude ademen die typische Oudhollandse sfeer.

Volendam en Marken

In de havenstadjes lijkt de tijd soms ook stil te hebben gestaan. Het voormalige eiland Marken is al ruim een eeuw een toeristische trekpleister. De houten huizen op palen, de werven, de klederdracht, vrijwel alles in het vissersdorp heeft bijgedragen aan de aantrekkingskracht en het eiland voelt dan ook als een groot openluchtmuseum. Het dorp is uniek omdat de bewoners veel van de oude tradities in stand hebben gehouden. Etnografen en antropologen stroomden al in de negentiende en twintigste eeuw naar het dorp, om de traditionele cultuur te bestuderen. Veel van de historische boerderijen staan er nog. En als je er toch bent, neem dan ook een kijkje in het Marker Museum, dat een fascinerende kijk biedt op het erfgoed en de kenmerkende manier van leven. In het Volendams Museum vind je een prachtige collectie plaatselijke klederdracht, en schilderijen en tekeningen van de vele kunstenaars die Volendam in de negentiende eeuw bezochten. 

Benieuwd naar nog meer pittoreske dorpjes in de buurt? Bekijk ons lijstje met Oudhollandse plaatsen