Waar staat Chocolatemakers voor?
“Voor een kwalitatief hoog product wat eigenlijk zo duurzaam mogelijk gemaakt is. Wij zijn een van ‘bean to bar’ bedrijf: dit houdt in dat je alles in de keten zelf in handen hebt en dat je de keten volledig transparant kan maken. Je weet precies wat waar vandaan komt en je probeert het in alle stappen zo goed mogelijk te doen. Wij gaan veel verder dan fairtrade, onze prijzen naar de boeren zijn veel hoger. Wij kijken naar de omstandigheden van de boer, kiezen voor biologisch zodat zij niet in aanraking komen met chemische stoffen. Het milieueffect van de keten staat centraal. De opbrengsten bij biologische teelt zijn wat lager, maar de natuur is een stuk beter af.”

En jullie product?
“Dit is Nederlandse chocola. Alle chocola die je hier eet, komt uit het buitenland. Voor onze chocola komen de bonen naar Nederland om hier te verwerken, dus het is echt een lokaal product. Wij zijn het enige merk dat onze eigen chocola maakt. Dat maakt het uniek.”

Hoe zijn jullie bij chocola uitgekomen?
“Rodney (Nikkels, medeoprichter, red.) en ik zijn allebei techneuten, landbouwkundigen eigenlijk. We organiseerden samen het Chocoladefestival in Amsterdam (nu Chocoa), dat in het teken stond van duurzaamheid. Daar kwamen we erachter dat de consument niet meer kan zien waar chocola vandaan komt, geen idee heeft van wat kwaliteit is en of het duurzame aspect wel klopt. We wilden laten zien hoe chocola gemaakt wordt.”

“Uiteindelijk is chocola een natuurproduct, veel mensen hebben dat al niet eens door omdat het tot massaproduct is verworden. Het wordt gemaakt door de grote industrie en het bevat met name suiker. Wij proberen er zoveel mogelijk cacao in te doen. In onze reep melkchocolade zit 25% suiker, de helft minder dan normaal. Zoals elk natuurproduct kent cacao een smaak vanuit zijn origine. Het is net als de druif; we vinden het heel normaal dat er allerlei dure wijnen zijn maar in de chocola vinden we dat niet. Of je nu de druif of de cacaoboon neemt, het is exact hetzelfde uitgangspunt.”

Is jullie chocola minder zoet?
‘’Ja, absoluut. Als wij hier een schoolklas hebben, dan spuugt de helft van die kinderen de chocola bijna uit. Omdat ze de smaak van echte chocola niet gewend zijn, het enige wat ze willen proeven is suiker.”

Nederland heeft een geschiedenis op het gebied van chocola…
“Wij hebben het ambacht chocola maken teruggebracht in Nederland. Vroeger waren hier overal kleine fabriekjes, daar zijn multinationals voor in de plaats gekomen. Die grotendeels voor gigamerken produceren, waar volume in plaats van kwaliteit centraal staat. Wij willen laten zien dat we een ambachtelijk Nederlands product kunnen maken, van hoge kwaliteit. Een relatief dure reep in het schap, maar je krijgt ook een totaal ander product. Iets dat met aandacht gemaakt is, waar kwaliteit voorop staat. Een hele andere smaakbeleving, met zo min mogelijk suiker. En waarbij je precies weet waar het vandaan komt.”

Wat is relatief duur?
“Minstens twee keer zo duur dan bijvoorbeeld Tony Chocolonely, met wie we vaak worden vergeleken. Voor dezelfde hoeveelheid chocola betaal je bij ons 7 euro, versus 2,65 bij hen. Waar het prijsverschil in zit? Wij betalen veel meer geld aan de boer, ongeveer twee keer zoveel. Daarnaast is ons productieproces veel intensiever en is de receptuur heel anders. Hoe meer suiker je gebruikt, hoe goedkoper het wordt. Hoe meer bonen je erin doet, hoe duurder het wordt. De composteerbare verpakking, het duurzame transport; allemaal factoren die het tot een duurdere reep chocola maakt.”

Dat is de prijs betalen voor duurzaamheid.
“Als je duurzaam bent, is in principe elke schakel in de keten prijziger. Maar feitelijk is dit de echte prijs die we zouden moeten betalen, alle aspecten van ons doen en laten meenemend. Elke transportbeweging vervuilt bijvoorbeeld het milieu, behalve als je het op de fiets doet. Er is dus een alternatief, alleen zijn goede alternatieven altijd duurder. Wij kiezen daar bewust voor. Zodra wij meer chocola kunnen produceren, kunnen wij ook efficiënter en betaalbaarder draaien. Al hoop ik echt dat fairtrade partijen hun prijzen gaan aanpassen, waardoor chocola duurder wordt. Dat iedereen beseft wat de echte prijs van voedsel is, de huidige prijzen zijn niet reëel.”

Bestellingen gaan per bakfiets, bonen komen per zeilboot. Alles voor slow transport?
“We willen dat mensen er zich bewust van zijn dat alles gekoeld gaat. Het bol.com idee: vanavond besteld en morgen in huis. Je kan zo leven, maar dat vraagt 3 tot.4 keer zoveel energie. Je hebt een keuze: wil je het morgen in huis hebben of over een week? Alles waar je slow voor zet, zorgt uiteindelijk voor minder energieverbruik. Realiseer je dat je in deze wereld leeft en dat alles wat je doet effect heeft. Je hoeft geen heilig boontje te zijn, maar je kan er wel over nadenken.”

De cacaobonen komen uit Congo, Peru en de Dominicaanse Republiek, jullie helpen boeren daar verder te ontwikkelen.
“Onze technische scholing en voorliefde voor de landbouwkant ligt ten grondslag aan wat we hier hebben neergezet. Rodney ondersteunde hiervoor boerencorporaties in koffie en cacao, je kunt zeker zeggen dat wij begaan zijn met de ontwikkeling van boeren en boerencorporaties. Heel bizar: fairtrade bestaat nu ruim 20 jaar maar er is geen één cacaoboer in de afgelopen 20 jaar erop vooruitgegaan. De markt is nog steeds even slecht, met enorme lage cacaoprijzen. Elk groot merk, al dan niet fairtrade gecertificeerd, gaat daarin mee en behoudt de laagste prijs. Die minimumprijzen zijn in de afgelopen 20 jaar niet geïndexeerd. Dat is hetzelfde als dat je salaris 20 jaar bevroren blijft. Dat is echt onrecht.”

Wat kun je daaraan doen als bedrijf?
“Wij redeneren vanuit de boer: wat zijn voor hem nu de stappen waarmee hij echt vooruit kan komen? Vaste hoge prijs, lange contracten, maar ook de opbouw van infrastructuur. Op dit moment bouwen we een grote fabriek in Peru. Samen met de boerencorporatie: zij zijn eigenaar zodat zij een infrastructuur kunnen opbouwen en het product hier op de markt kunnen brengen. Dat is werken aan die keten, niet alleen het fairtrade labeltje op je verpakking plakken en klaar.”

Jullie verkopen 3 soorten repen, waaronder de Gorilla bar. Waarom die gorilla?
‘In het Virunga National Park in Oost-Congo leven de laatste berggorilla’s ter wereld. De mensen die daar wonen moet je iets bieden qua werk en inkomen. Anders gaan ze bomen kappen voor houthandel en landbouw, waardoor het park en dus het leefgebied van de gorilla’s steeds kleiner zou worden. Rodney is daar een project begonnen, om cacao aan te planten en te exporteren, zodat mensen daar een vast inkomen hebben met cacao. En de gorilla’s tegelijkertijd beschermd worden. Dat is inmiddels heel succesvol, er wordt al voor 6 miljoen aan cacao verkocht. Niet alleen aan ons, maar wij benadrukken het met de Gorilla bar. Net als bij de andere repen is dit een single origin reep: puur gemaakt van alleen die cacao uit Congo.”

In de huidige fabriek in Noord groeit Chocolatemakers uit zijn jasje. Er komt een nieuwe fabriek in de buurt van Sloterdijk. Volledig zelfvoorzienend?
“Het is onze grote wens om zoveel mogelijk off the grid te zijn. Het hele dak bestaat uit zonnepanelen, we kunnen daar straks chocola maken zonder afhankelijk te zijn van het stroomnet. Dat is een beetje de spielerei die we hebben: stel dat de wereld plat komt te liggen, dan kunnen we op onze eigen energie chocola blijven maken.”

En toegankelijk voor bezoekers?
“Dat was altijd onze missie: mensen laten zien hoe chocola gemaakt wordt. Je kunt in kleine groepjes naar binnen en een rondje lopen, waarbij je elk onderdeel van het productieproces kunt zien en wat tekst en uitleg krijgt. De gewone bezoeker betaalt dan iets meer, zodat we schoolklassen tegen een zo laag mogelijk tarief kunnen rondleiden. Zo kunnen kinderen zien hoe chocola gemaakt wordt, proeven en wat leren over voedselproductie in het algemeen.”