Dit artikel is eerder verschenen in de Uitkrant.

Tekst: Inger van der Ree

Illustratie: Barbara van den Berg/Saltystock

‘Ik wilde dat ik niet in Amsterdam woonde, dan ging ik erheen met vakantie’, schreef K. Schippers, het pseudoniem van dichter en auteur Gerard Stigter. Als we op vakantie zijn, kijken we immers met heel andere ogen naar de plek waar we ons bevinden. We hebben de tijd om zomaar even stil te blijven staan, ons te verwonderen over een mus die baddert in een regenplas. Maar er is nóg iets wat je met nieuwe ogen naar eigen stad kan doen kijken: literatuur, films, kunst. En die drie zijn, zelfs in onvoorspelbare coronatijden, nog altijd binnen handbereik. ‘In veel literatuur wordt onze stad neergezet als die plek waar je los van benarde normen een nieuw leven kunt beginnen. Toch heeft Amsterdam in de literatuur niet echt een vaste vorm’, zegt Mechteld Jansen, die met haar bedrijf Booklovers’ Tours literaire tours door de stad geeft. ‘Ze is een kameleon, die voor iedereen iets anders betekent.’ Amsterdam als eindeloos wisselend decor, voor iedereen die dat maar wil zien. ’s Middags de haven waarnaartoe krakende VOC-zeilschepen terugkeren en ’s avonds het speeltoneel van zakenmannen en hipsters. Laat je meevoeren langs Amsterdamse plekken die door de eeuwen heen vereeuwigd werden in film of literatuur.

1. De Oude Kerk

De Tsjechische Milan Kundera, auteur van het cultboek De ondraaglijke lichtheid van het bestaan, laat zijn hoofdpersoon – die zich terugtrekt uit de moderne wereld en de idylle van het kleine leven bezingt – de Wallen bezoeken om zich daarna te verbazen over die enorme kerk (de Oude Kerk dus) die iets verderop gebouwd is: ‘De andere kant van de straat wordt gevormd door een gigantisch gotisch kerkgebouw uit de veertiende eeuw. Tussen de hoerenwereld en Gods wereld golft een intense urinegeur als een rivier tussen twee rijken.’

2. Aan de grachten

Natuurlijk zijn ook de grachten meerdere malen vereeuwigd. Bijvoorbeeld in de roman (en film) Een weeffout in onze sterren van John Green. Het bankje, ter hoogte van Leidsegracht 6, is nog altijd een hotspot onder tieners. Hier strijken de jonge hoofdpersonen, die allebei kanker hebben, neer om te praten en zoenen. Ook de klassieker De Meermin van Hella S. Haasse heeft als decor een Amsterdamse gracht: hoofdpersoon Sera woont met haar man en kinderen in een statig pand aan de Keizersgracht.

3. Ingang Vondelpark

Eerste Pinksterdag 2010 verandert voor de schrijver A.F.T.H. van der Heijden en zijn vrouw Mirjam Rotenstreich in een nachtmerrie als blijkt dat hun 21-jarige zoon Tonio in kritieke toestand in het ziekenhuis ligt. Hij is aangereden op het kruispunt van Stadhouderskade en de Hobbemastraat, bij de ingang van het Vondelpark. In de aangrijpende roman Tonio doet Van der Heijden het enige waartoe hij dan in staat is: herinneringen aan zijn zoon verzamelen. In 2016 wordt het boek door Paula van der Oest verfilmd. Nadat hier in 2012 opnieuw een ernstig fietsongeluk plaatsvindt, wordt de verkeerssituatie aangepast.

4. Jozef Israëlskade

‘Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte.’ Zo begint een van de grootste Nederlandse klassiekers: De avonden van Gerard Reve. Aan de Jozef Israëlskade 166 – in De avonden heet die plek Schilderskade 66 – woont familie Van het Reve sinds 1938. Hier schrijft Reve deze roman over hoofdpersoon Frits van Egters die, in het naoorlogse Amsterdam, verveeld uit het raam tuurt. Later is de straat overigens opnieuw genummerd: Reve’s adres draagt nu nummer 415, aan de gevel hangt een bordje dat verwijst naar de familie Van Egters.

5. Betondorp

‘Laat elke hoop varen, gij die hier opgroeit’, zei Gerard Reve in een interview toen hem gevraagd werd naar zijn jeugd in Betondorp. Het gezin Van het Reve woont er in de loop der tijd op drie verschillende adressen in de Ploegstraat. Reve’s novelle Werther Nieland vertelt het verhaal van Elmer, Reve’s alter ego, die zijn dagen hier slijt met het martelen van planten en dieren. Het kunstwerk Rue des Reves van Steffen Maas in de Ploegstraat herinnert nog altijd aan de bewoner die deze plek zo hekelde. 6. Zuidoost In Wees onzichtbaar reizen we af naar de Bijlmer, waar de Turkse hoofdpersoon Metin – gebaseerd op schrijver Murat Isik – in de jaren tachtig opgroeit. De eerste aanblik van de buurt is veelbelovend. ’Ik had nog nooit zoiets wonderlijks gezien’, schrijft hij. Maar de grimmigheid in de roman neemt snel toe. In het oude winkelcentrum Fazantenhof, destijds gelegen onder de Bijlmerdreef, maakt Isik dat goed voelbaar.

7. De Bijenkorf

Ook de Bijenkorf blijkt een populair literair decor. Zo bevalt de hoofdpersoon van de roman Onheilig (van Roos van Rijswijk) hier tijdens het winkelen. ‘Zo banaal dat je het niet verzinnen kunt, ik zocht een angoratrui en kreeg ineens ontzettende kramp.’ Harry Mulisch laat hier in De Ontdekking van de hemel hoofdpersoon Ada een diefstal plegen.

8. Victoriahotel

Thomas Rosenbooms Publieke Werken (en de verfilming) spelen zich grotendeels af op Prins Hendrikkade 47A en B. Hier woont Walter Vedder die ontdekt dat er een hotel komt op de plek van zijn huis. Onmiddellijk begrijpt hij zijn onderhandelingspositie: hij moet worden uitgekocht. De twee huisjes in de gevel van het Victoriahotel verwijzen nog altijd naar deze gebeurtenis.

9. Westerkerktoren

Welke Amsterdammer kent het verhaal van Kees de Jonge niet? Deze klassieke coming of age-roman van Theo Thijssen brengt een ode aan de toren van de Westerkerk. De kleine Kees groeit op met uitzicht op de toren die voor hem erg belangrijk wordt.

Illustratie Amsterdam literaire route

Luistertip

In de nieuwe Booklovers’ Tours Podcast van Mechteld Jansen neemt ze je mee naar de mooiste literaire plekken van de stad.