Dit artikel is eerder verschenen in de Uitkrant
Tekst: Margriet Prinssen
Fotograaf: Lex van der Slot

Voor veel Amsterdammers die binnen de Ring wonen, is Nieuw-West een soort Verweggistan. Een plek die je alleen kent omdat je er af en toe voorbijrijdt op de A10, langs eindeloze blokken flats, of van nieuwsberichten over probleemwijken en betonmaffia. Veel schotelantennes, pizzeria’s en dönertenten, ondergekladde rolluiken en scheurende jochies op te hard afgestelde brommers. Maar dat beeld moeten we bijstellen. Ook Nieuw-West is aan het gentrificeren, anders gezegd: ‘maakt een proces door van opwaardering op sociaal, cultureel en economisch gebied, het aantrekken van kapitaalkrachtige nieuwe bewoners/gebruikers en de daarmee gepaard gaande verdrijving van de lagere klassen.’ Voor schrijver Abdelkader Benali de ideale omgeving voor zijn bewerking van Shakespeare’s klassieker Hamlet. Om uit te leggen waarom, lopen we samen een rondje door de buurt. Zijn buurt inmiddels: hij is net tien dagen geleden naar een appartement in Nieuw-West verhuisd vanuit de Rivierenbuurt. En vier dagen geleden is zijn vrouw bevallen van hun tweede dochtertje. Een wonder dat hij überhaupt tijd vrij kan maken voor onze afspraak bij metrostation Postjesweg. Hij blijkt een superenthousiaste verteller, over de voorstelling én de buurt.

Dubai aan de Sloterplas

Hamlet speelt zich in Benali’s bewerking af in Nieuw-West anno 2020, een klein Dubai aan de Sloterplas, waar de schotelantennes worden verdreven door steeds chiquere penthouses en waar je struikelt over de bouwputten. Hij kent Nieuw-West goed, vooral van het hardlopen rond de Sloterplas – behalve een begenadigd schrijver is Benali namelijk ook marathonloper. Hij kwam op zijn vierde vanuit Marokko naar Nederland en groeide op in Rotterdam. Begin 2001 kwam hij in Amsterdam wonen, in de Rivierenbuurt. ‘Nieuw-West leek in die tijd op de buurt in Rotterdam-Schiebroek, waar ik zelf mijn puberjaren heb doorgebracht: ook zo’n tuinwijk met veel beton, saaie binnenplaatsen en een mix van oude en nieuwe bewoners. Een sloot, een paar eenden, een tram, een verzorgingstehuis. Op zondag is er helemaal niks te doen. Zo’n ik-wil-hier-niet-dood-gevonden-worden-buurt.’

Schrijnende contrasten

Toen Benali met de Toneelmakerij en De Krakeling in gesprek ging over een nieuwe Hamlet, zag hij meteen de link met het Nieuw-West van nu en ontstond het idee om de voorstelling ook hier te spelen, in Broedplaats Lely. Nieuw-West is het grootste stadsdeel van Amsterdam, van de Kolenkit tot aan de Sloterplas en van Geuzenveld tot Osdorp. ‘Ik geniet erg van lopen door Nieuw-West: dat positieve Van Eesteren-gevoel van de wederopbouw in de jaren vijftig, dat is zo mooi. De belettering, de bakstenen, het glas. Je ziet hier overal de nieuwe tijd: hijskranen, bouwputten, mannen in oranje pakken aan het werk. Waar ik vooral in geïnteresseerd ben, is de nieuwe realiteit, waar we nu middenin zitten, met die hele vastgoed-boom en het idee van Amsterdam als expatstad. Het nieuwe geld dat zorgt voor een enorme economische bubbel, overal in de stad staan bouwkranen, maar intussen worden de oude bewoners verdreven. Dat levert veel spanning op en schrijnende contrasten.’

Benali zag in Nieuw-West een ideaal decor voor een eigentijdse Hamlet. ‘Omdat hier precies hetzelfde gebeurt. Dat is eigenlijk diep tragisch: een buurt die ten ondergaat aan zijn eigen wederopstanding omdat de vastgoedmaffia zo machtig is geworden. Hamlet gaat over oud versus nieuw, arm versus rijk, zeg maar de oude tegenover de nieuwe waarden. In wezen accepteert Hamlet de nieuwe realiteit niet. Hij strijdt om vast te houden aan wat eigenlijk al verloren is gegaan. Hij kan de verandering niet tegenhouden, die hele machinerie dendert gewoon door en hij denkt die te kunnen stoppen door de boel te ontmaskeren, door te laten zien hoe verrot het allemaal is. Vergeefs.’

Langs de meetlat

Hoe zit het ook alweer in Hamlet? De simpele versie: Hamlet ziet in een droom de geest van zijn overleden vader die hem vertelt dat hij vermoord is door zijn broer, Claudius. Claudius is daarna met Gertrude, Hamlets moeder, getrouwd en zo de nieuwe koning van Denemarken geworden. Hamlet zint op wraak en vermoordt per ongeluk de verkeerde, namelijk Claudius’ rechterhand Polonius, de vader van zijn verloofde Ophelia. Zij wordt gek van verdriet en pleegt zelfmoord. Haar broer Laertes zint op wraak, maar de voor Hamlet bestemde gifbeker wordt per ongeluk door zijn moeder leeggedronken. Hamlet doodt Laertes in een duel en vervolgens ook Claudius, maar sterft zelf aan een verwonding toegebracht door Laertes’ giftige degen.

Benali heeft de verhaallijn één-op-één overgenomen, maar een heel nieuwe tekst geschreven. ‘Het motto is niet zoals bij Shakespeare ‘to be or not to be’, maar ‘to have or not to have’. Heb je iets of heb je niks? De hele wereld wordt langs de meetlat van de inkomensongelijkheid gelegd: als je iemand wilt zijn, moet je iets hebben. Als je wat hebt, dan besta je; heb je niks, dan besta je niet. Hamlet heeft niks, alleen maar woorden.’

Niet lullen maar poetsen

De voorstelling begint dan ook bij Claudius, de nieuwe koning, die triomfantelijk een gebouw opent door een lintje door te knippen. ‘Alles is al verkocht natuurlijk: het grote geld stroomt binnen. Claudius en zijn adviseur Polonius hebben het alleen maar over investeringen, omzet halen en zwart geld witwassen. Bij het schrijven had ik het meeste plezier om Claudius te beschrijven omdat hij voor een bepaalde dynamiek staat: kom op man, vooruit met de geit, niet lullen maar poetsen, kansen pakken. Zo’n man is het. Dingen doen. Tegen Hamlet zegt hij: ‘Ik heb van het goede werk van je vader gehoord, die was net zo, een echte selfmade man met zijn shoarmazaken en taxibedrijven’. Gemeen natuurlijk, want zo doet hij alsof hij uit hetzelfde hout gesneden is als Hamlets vader.’

Daarnaast heb je de jonge mensen uit de buurt die het gevoel hebben dat ze met lege handen achterblijven. ‘Er is niemand die voor ze opkomt: bibliotheken worden gesloten, buurthuizen worden weggesaneerd. En het perverse is dat die jongeren er zelf ook aan mee doen, als ze de kans krijgen. Want wat laten ze zien op Facebook of Instagram? Een plaatje van rijkdom, van succes. Fake it till you make it.’

Greta Thunberg

‘Hamlet bevindt zich ergens tussen die twee werelden. Hoe jong hij ook is, hij is in zekere zin conservatief. Hij wil terug naar hoe het vroeger was: voetbalveldje, iedereen kent elkaar, klein en knus. De jongeren hebben allemaal het gevoel dat hun toekomst is afgepakt: Hamlet, Ophelia, maar ook Horatius – Hamlets jeugdvriend. Hij is een slimme jongen die zijn school niet af heeft kunnen maken en is gaan dealen. Hij is een soort hofleverancier voor de hele buurt, van hoog tot laag. Horatio leeft in het nu, de kick, het hedonisme, zonder voor- of achteruit te kijken. Hij vindt dat Hamlet te lang is weggeweest uit de buurt, hij is een bekakt jochie geworden. En Hamlet wil bewijzen dat hij wel degelijk ‘one of the guys’ is door op te komen voor zijn vader. Met zijn daden, zijn wraaklust wil hij laten zien dat hij erbij hoort, dat hij heus geen pedante bal is geworden.

Ophelia – Hamlets liefje, maar ook de dochter van Claudius’ persoonlijk adviseur Polonius – is een militante milieuactiviste, een soort Greta Thunberg: zij wil de wereld redden, zet zich af tegen het grootkapitaal en kijkt dwars door alle glitter en glamour heen. Ze voorziet een tikkende tijdbom die de toekomst zal vernietigen.’ En dan heb je nog Laertes, de zoon van Polonius en de broer van Ophelia. ‘Laertes heeft het gevoel dat die nieuwkomers zijn familie ten gronde hebben gericht. Tegen zijn vader zegt hij: ‘Door voor Claudius te werken, heb je je ziel aan de duivel verkocht. Je wint een hoop geld maar je raakt het belangrijkste kwijt: wie je bent, je roots.’ Laertes voelt zich vernederd en snakt naar wraak.’

VERLOEDERING

We lopen een eindje verder de buurt in richting de Johan Jongkindstraat, waar precies te zien is wat hij bedoelt: ‘Hier heb je bijvoorbeeld een rijtje flats waar al in geen honderd jaar iets aan gedaan is; de woningbouwvereniging heeft het eigenlijk een beetje laten verloederen. Schotelantennes, kleine huizen, balkons vol vuilnis, overal hangt de was. De bewoners verzetten zich – terecht – tegen huurverhoging en dan krijg je een soort van regressie. Na jaren soebatten is nu onlangs besloten dat de flats gesloopt worden en je weet al van tevoren dat die oude bewoners er nooit meer terug gaan komen.’ Hij wijst naar de overkant. ‘Als contrast heb je daar recht tegenover dikke penthouses. Alles glimt. Licht, grote ramen, ondergrondse garage, privacy, veiligheid, boven de stad uitkijken. Pure luxe. Je hoeft niks te maken te hebben met de rest van de wereld. Daar gaat Hamlet ook over; in hoeverre kun je je losmaken van de rest van de samenleving? Dat is een gekke tegenstrijdige ontwikkeling: mensen zijn de hele dag bezig met sociale media in een digitale wereld, maar met de alledaagse werkelijkheid willen ze niks te maken hebben. Hamlet wordt verleid om zijn monologen via een livestream te laten horen. Tegelijkertijd zegt Claudius tegen hem: ‘Joh, deze appartementen zijn zo goed beveiligd. Ze hoeven er nooit achter te komen dat je hier woont. Je zoeft gewoon naar boven. You’re a king in your castle.’

Heftige rellen

Volgens Benali is de metro in Nieuw-West een belangrijke verbinder. ‘De metro verbindt alle culturen met elkaar. Amsterdam is een gesegregeerde stad, iedereen leeft in zijn eigen bubbel, maar de enige plek waar alle bevolkingsgroepen elkaar treffen is in de metro. Ik vind dat zo tof. In de metro zie je alle sociale en culturele achtergronden. Als je hier, op metrostation Postjesweg, ’s ochtends om zeven uur metro 51 pakt, staat het nokkievol met mensen die allemaal naar de Zuidas gaan.’

Om de hoek is het August Allebéplein, midden in het Overtoomse Veld, vroeger de groentetuin van Amsterdam en nu volgebouwd met hoge flats. ‘In 1998 was het hier een warzone: heftige rellen, etnische onlusten veroorzaakt door islamofobie, racisme en uitsluiting. Ik sprak een jongen die bij de rellen was betrokken en hier nu opbouwwerker is, die zei: er hoeft maar iets te gebeuren of het vlamt weer. Achter al die ogenschijnlijke kalmte broeit van alles. Aan de andere kant: ik heb in de Rivierenbuurt gewoond. Daar heb ik in mijn straat, de Churchilllaan, meer afrekeningen meegemaakt dan hier hebben plaatsgevonden. Holleeder croste er jarenlang door de straat, hennepplantages werden ontmanteld, noem maar op. Maar daar is de bevolking hoogopgeleid, dat is wel een verschil.’

Ontworteling

We drinken koffie in het café bij Broedplaats Lely, het oude Calvijn College dat verbouwd is tot een broedplaats voor kunstenaars, en we mogen even een blik werpen op de enorme aula, waar de voorstelling gaat spelen. ‘Als Hamlet straks staat te oreren, kan hij naar buiten wijzen en dan zie je precies wat hij bedoelt. De achterkant van dat penthouse, daar zou het paleis van Hamlets vader zomaar kunnen liggen en daar, aan de andere kant, ligt nog de oude wijk. Kijk, ik ben geen reactionair, ik wil niet terug naar vroeger. Ik denk dat het noodzakelijke processen zijn en dat het uiteindelijk steeds beter zal gaan, maar we moeten ons wel bewust zijn van de enorme pijn die dat veroorzaakt bij mensen, de gevoelens van onthechting en ontworteling. Mensen die het stuk zien, zullen zich met beide partijen kunnen identificeren. Jongeren gaan dit leuk vinden. Het gaat over hun leven.’

Bio

Abdelkader Benali (44) werd geboren in Marokko en kwam op vierjarige leeftijd naar Rotterdam. Later verhuisde hij naar Amsterdam. Hij debuteerde in 1996 met Bruiloft aan zee. In 2003 won hij met zijn tweede roman De langverwachte de Libris Literatuur Prijs. Sindsdien publiceerde hij een groot aantal romans, gedichten en toneelstukken. Hij treedt ook op als tv-presentator, o.a. in Benali Boekt en, samen met zijn vrouw, in Chez Benali.

De voorstelling Hamlet zou spelen van 12 maart tot 11 april, maar wegens het coronavirus wordt deze uitgesteld.