In 2019 staat Nederland in het teken van Rembrandt en de Gouden Eeuw. Aanleiding is de 350ste sterfdag van de beroemdste Hollandse Meester op 4 oktober 2019. Het hele jaar zijn er daarom tal van activiteiten in onder meer Den Haag, Leiden, Leeuwarden en Amsterdam.

 

Het Mauritshuis toont in het kader van het Rembrandtjaar de achttien schilderijen, waarvan men bij aankoop zeker was dat het een schilderij van Rembrandt betrof. Inmiddels weten we beter leren we in de tentoonstelling.  


Over het Mauritshuis

De oorsprong van de collectie van het Mauritshuis ligt in de vorstelijke verzameling van vader en zoon Stadhouders Willem IV en Willem V. Voor hun schilderijenverzameling kochten zij vooral de vroege, fijngeschilderde schilderijen van Rembrandt. Begin 19de eeuw belandde de stadhouderlijke verzameling bij hun opvolger: koning Willem I. Die droeg in 1822 een groot deel van de familieverzameling, met daarin ook de Rembrandts, over aan het jonge Koninkrijk der Nederlanden. En daarmee aan het Koninklijk Kabinet van Schilderijen Mauritshuis. Maar koning Willem I bemoeide zich ook persoonlijk met de aankoop van schilderijen, zoals je straks zult lezen.


Toch geen echte Rembrandts

Abraham Bredius was van 1889 tot 1909 directeur van het Mauritshuis en stond bekend als Rembrandtkenner. Hij onderzocht het werk en leven van Rembrandt uitvoerig. Bredius dacht een echte Rembrandt probleemloos met het blote oog te herkennen. Zonder onderzoek dus. Ook dacht hij de familie van Rembrandt te (her)kennen, een heel aantal schilderijen heet door zijn toedoen ‘Moeder van Rembrandt’, ‘Vader van Rembrandt’, of ‘Broer van Rembrandt’. In de periode dat Bredius directeur van het Mauritshuis was, zijn elf schilderijen die door hem als een Rembrandt werden herkend, aan de collectie van het Mauritshuis toegevoegd. Sommige van deze “Rembrandts” bleken later toch geen echte Rembrandt te zijn.

 

Wel echt of niet echt

Het Mauritshuis laat met deze tentoonstelling niet alleen de Rembrandts uit de collectie zien, maar geeft ook inzage in het aankoopbeleid van de 19de en 20ste eeuw. Hierbij toont het ook schilderijen die in eerste instantie als een Rembrandt werden gezien en dat later toch niet bleken te zijn. Bij elk schilderij lees je hoe het destijds in de collectie terechtkwam. Erg leuk! Er zijn in totaal achttien schilderijen als een Rembrandt aangekocht. Van elf van deze schilderijen is nu zeker dat ze inderdaad door Rembrandt zijn gemaakt.  Van vijf schilderijen is zeker dat ze niet van Rembrandt zijn. Van twee werken is nog onbekend of ze wel of niet van Rembrandts hand zijn. Het Mauritshuis gaat deze twee daarom na afloop van de tentoonstelling uitgebreid onderzoeken en restaureren.

 

Het laatste portret van Rembrandt

Rembrandt van Rijn Zelfportret 1669

Onder de elf echte Rembrandts zitten beroemde werken: De lachende man (ca.1629-1630), Andromeda (ca.1630), Het Loflied van Simeon (1631), De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp (1632), Suzanna (1636), Tronie van een man met een gevederde baret (ca.1635-1640), Saul en David (ca.1651-1654/1655-1658) Twee Afrikaanse mannen (1661), Homerus (1663), Portret van een oude man (1667) en het Zelfportret (1669). Dit laatste schilderij is extra bijzonder omdat het het laatste portret is wat Rembrandt van zichzelf maakte.

 

Zo belandde De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp in het Mauritshuis

Koning Willem I, speelde een bepalende rol bij de toewijzing van De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp aan het Mauritshuis. Dit schilderij uit 1632 had altijd in de gildekamer van de chirurgijns in de Waag in Amsterdam gehangen. Toen de Nederlandse Staat het in 1828 aangekocht was de algemene verwachting dat het schilderij naar het Rijksmuseum (destijds nog gevestigd in Het Trippenhuis even verderop) zou verhuizen. Maar het liep anders. Op last van koning Willem I, die naar verluid een voorkeur voor het Mauritshuis had, werd De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp aan de collectie van het Mauritshuis toegevoegd en ging het voor Amsterdam verloren.

 

Terechtgestelde criminelen in De Waag

In de 17de eeuw waren in De Waag op de Nieuwmarkt onder andere de gilden van de koekenbakkers, schilders en chirurgijns (artsen) gevestigd. In de, nog steeds aanwezige, gebeeldhouwde poortjes bevond zich de toegangsdeur naar de verschillende gildenvertekken in de torens.

 

Het chirurgijnsgilde bouwde in De Waag een achtkantig, houten koepelgewelf in theateropstelling. In dit Theatrum Anatomicum werd de anatomie, met als lesmateriaal de stoffelijke overschotten van terechtgestelde criminelen, bestudeerd en kregen de aankomende artsen snijlessen. In eerste instantie waren deze bijeenkomsten alleen toegankelijk voor chirurgijns. Later werden deze anatomische lessen voor iedereen opengesteld. Je moest er natuurlijk wel een kaartje voor kopen. In verband met de stank waren de lessen doorgaans in de winter. Het Amsterdamse chirurgijnsgilde stond één openbare ontleding per jaar toe.

 

Meesterstuk ontleed

Rembrandt van Rijn De anatomische les van Dr Nicolaes Tulp 1632

De anatomische les van Dr Nicolaes Tulp, 1632, Olie op doek, 169.5 x 216.5 cm

Toen Rembrandt 25 jaar oud was kreeg hij de opdracht om een portret te schilderen van de leden van het Amsterdamse chirurgijnsgilde. De hier weergegeven anatomieles van Dr. Nicolaes Tulp was in januari 1632.

 

Het centrale deel van het schilderij, waarin Dr. Tulp laat zien hoe de spieren van de arm lopen, trekt onze aandacht. Hiervoor is de arm van het stoffelijk overschot opengelegd. Voor de anatomische les is het lichaam van Aris Kindt gebruikt, een schurk die verschillende keren is veroordeeld voor diefstal en overvallen. Uiteindelijk kreeg hij de doodstraf en werd hij opgehangen. Nog op de dag van zijn executie is hij door Dr. Tulp ontleed. Het schilderij is een dynamisch portret van de chirurgijns, waarbij het licht een belangrijke rol speelt. Het is zo realistisch geschilderd dat het lijkt alsof de beschouwer, jij en ik, ook bij de uitleg van Dr. Tulp aanwezig is. De aanwezige artsen zijn bij naam bekend, hun naam staat te lezen op het papier dat door de achterste man wordt vastgehouden, en ze hebben allemaal betaald om geportretteerd te worden.


Smeuïge verhalen

Ik vond Rembrandt en het Mauritshuis een zeer boeiende tentoonstelling waar veel verschillende aspecten bij elkaar komen. Niet alleen de ontstaansgeschiedenis van de grote musea in Nederland, maar ook de geschiedenis van aankoop en toeschrijving van schilderijen vind ik zeer interessant. Dat het niet altijd makkelijk was en nog steeds is, om een schilderij aan Rembrandt toe te schrijven wordt duidelijk. En de verhalen door en over de schilderijen zijn bij vlagen zeer smeuïg.


Randprogrammering

Het Mauritshuis organiseert een uitgebreid randprogramma bij deze tentoonstelling. Kijk voor een volledig overzicht op de website van het museum.

De tentoonstelling is nog tot en met 15 september te zien.