Tekst door Joke van der Weij

De meeste steden hebben een graf van hun held, maar wij hebben iets beters: een stad die er grotendeels nog hetzelfde uitziet als in zijn tijd. Dwaal mee door het Amsterdam van Rembrandt.

Hoezo dood?

Dit jaar is het 350 jaar geleden dat Rembrandt stierf. Op 8 oktober 1669 werd hij zonder veel poeha onder de vloer geschoffeld in de Westerkerk. Zijn huurgraf (kosten: 15 gulden) is al lang geruimd, maar zijn geest leeft voort in zijn tekeningen, etsen en schilderijen.

Overal in het land zijn tentoonstellingen te zien van en over Rembrandt, elke stad benadrukt zijn betrekkingen met de grootste schilder van ons land. Den Haag lokt ons naar het Mauritshuis dat voor het eerst in zijn bestaan de hele collectie-Rembrandt toont in de tentoonstelling Rembrandt en het Mauritshuis (tot 15 september), zijn geboorteplaats Leiden stelt de Lakenhal beschikbaar vanaf november voor de tentoonstelling Jonge Rembrandt, gewijd aan zijn vroegste werk, en in Leeuwarden wordt de liefdesgeschiedenis van de meester en de Friese Saskia gevierd.

Natuurlijk heeft Amsterdam het meeste Rembrandt-appeal. De stad waar hij het grootste deel van zijn leven woonde en werkte, biedt een scala aan tentoonstellingen en veel nevenactiviteiten zoals een wandelroute.

Onthaasten

Rembrandt ís De Nachtwacht voor veel bezoekers van Amsterdam. The Nightwatch. La Ronde de Nuit. Ik zal niet de enige zijn die bij de eerste aanblik van misschien wel het beroemdste schilderij ter wereld een lichte teleurstelling ervoer. De Nachtwacht is prachtig, een doorbraak in de kunstgeschiedenis, maar is ook gebaat bij een beetje uitleg. Je moet ernaar leren kijken, zeg maar. Dat komt goed uit, want vanaf juli wordt het schilderij op zaal gerestaureerd. Speciaal hiervoor wordt een vitrine om het doek gebouwd zodat we alles kunnen volgen, ook online. Als je wilt onthaasten, is dit je kans, volgens Rijksmuseumdirecteur Taco Dibbits. Deze restauratie is het hoogtepunt van het Rembrandtjaar, maar het is zeker niet de eerste keer dat De Nachtwacht onder handen wordt genomen. Al 25 keer waren herstelbehandelingen nodig, drie keer was het schilderij zelfs slachtoffer van kunst-terrorisme; in 1911 en 1975 met een mes, in 1990 met zwavelzuur.

De Nachtwacht is ook het slachtoffer van rigoureuze merchandising. Naast alle mokken, tasjes, ansichtkaarten, brillenkokers en aanstekers die overal te krijgen zijn, levert de pas vernieuwde museumshop van het Rembrandthuis een bouwplaat: ‘Build your own Nightwatch’ met 13 schutters, 1 meisje en 1 hond. Voor de kleintjes verscheen een Gouden boekje over het meisje met de gouden jurk en tekende Dick Bruna The Nightwatchman. En natuurlijk is er een kleurboek: Wees je eigen Rembrandt.

Amsterdam Store Nachtwacht

Los van De Nachtwacht zijn er verjaardagskalenders, theedoeken, onderzetters en potloden met Rembrandtpoppetjes, iemand heeft ook bedacht dat Rembrandt en Saskia het leuk zouden doen als vilten decoratiepoppetjes, dat Rembrandt op een stroopwafelblik niet misstaat en dat hij ook best pure chocolade, pepermunt en Corenwyn kan aanprijzen, dit laatste uiteraard in ‘zeventiende-eeuwse’ spelling.

Plastic dieren uit Rembrandts Kunstcaemer, vooruit. Maar een Rembrandtbord met blote borsten overschrijdt de grenzen van de goede smaak. Een kunststof Rembrandtkop in de serie Art Heroes is zo over the top dat het weer leuk wordt, net als het aandoenlijke houten verf-paletje met ‘Rembrandt, Amsterdam’ erop. De Nachtwacht is vogelvrij. De compagnie van Frans Banning Cocq had beter verdiend dan de beeldengroep op het Rembrandtplein – al zijn er mensen die het prachtig vinden, zoals er ook fans zijn van Rembrandt the Musical.

Stadsarchief expositie Rembrandt Koen Smilde

Waar blijft de film?

Opvallend is het dat Rembrandt zo weinig verfilmd is, terwijl Vincent van Gogh de ene na de andere regisseur inspireert. Peter Greenaway deed zijn best met Nightwatching, maar die film is ook alweer tien jaar oud. Waar blijft de nieuwe Rembrandtfilm? Het decor ligt klaar. De Nachtwacht is een van de dingen waarvoor toeristen naar Amsterdam komen en in zekere zin de meest invloedrijke erfenis die Rembrandt heeft nagelaten.

Waarom dat schilderij zo goed is? Door de losse positionering, de revolutionaire schaduwwerking; in plaats van een statisch portret is het een levendige scène. Het formaat helpt ook: 363 cm hoog en 438 cm breed – en vroeger was het nog groter. Toen het in 1715 naar het Paleis op de Dam verhuisde, moest het tussen twee deuren passen en is er een stuk van de linkerkant afgesneden. Daarmee vielen twee schutters van het doek en uit de geschiedenis. Af en toe gaan er stemmen op om het ontbrekende stuk terug te restaureren, maar de kans daarop is nog kleiner dan de kans op de terugbouw van het Paleis voor Volksvlijt.

Rembrandt de musical

Onaangepast en erotomaan

Al in zijn eigen zeventiende eeuw was Rembrandt omstreden. ‘We hadden het ons anders voorgesteld, meester Rembrandt. Dit is te ruig en te ruw. De figuren zijn te grof. Zoals het schilderij hier hangt, kunnen wij het helaas niet aanvaarden… Wilt ge zeggen dat onze voorvaderen er zó uitzagen? Dat die Batavieren eruitzagen als een stelletje landlopers?’ Hier spreekt een Amsterdamse burgemeester over De samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis, gemaakt in opdracht van het stadsbestuur. Rembrandt moet het overschilderen, maar hij weigert. ‘Dit werk is goed. Er is geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om er een streek aan te veranderen.’ Het citaat komt uit het jeugdboek Titus, de zoon van Rembrandt, geschreven in 1950. Rembrandt komt hierin naar voren als een archetypische geniale kunstenaar, zelfbewust, eigengereid maar met een goed hart. Beetje korzelige bolster maar blanke pit.

In de grafische novelle Typex’ Rembrandt (2013) is de schilder vooral een onbehouwen mens, een workaholic en op zijn minst sociaal onaangepast. In zijn jeugd ook behoorlijk erotomaan. Tekenaar Typex laat hem het bed delen met Elsje Christiaens, de Deense dienstbode die later door hem aan de galg getekend wordt. Tegen Jan Six, toch een vriend, schreeuwt hij: ‘Ik heb jou en je stinkende rotcenten niet nodig’, en Italiaanse bezoekers die hem als een groot kunstenaar beschouwen en verlekkerd naar zijn ‘pornografische’ teke - ningen loeren, krijgen ook lik op stuk: ‘En nou allemaal mijn huis uit. Opsodemieteren. Capice?’

Rijksmusem Rembrandt Koen Smilde

Vulgaire modellen

Afgezien van de karaktertekening zijn we het er al lang over eens dat Rembrandt een genie was. Maar dat is niet altijd zo geweest. Kunsthistoricus Henk van Os citeert de negentiende-eeuwse kunsthistoricus Burckhardt, die vond dat Rembrandt vaak ontzettend lelijk schilderde: ‘Zijn schilderijen van Bathseba en Susanna zijn even belachelijk als afschrikwekkend. Dat komt ook omdat hij vulgaire modellen koos… Natuurlijk is het ontroerend om te zien, hoe zijn figuren helemaal opgaan in de emotie van het verhaal, maar dat treft ons alleen omdat het door onuitsprekelijke lelijkheid voortdurend beledigde oog toch nog iets zoekt om dankbaar voor te zijn. 

Maar die ‘lelijkheid’ is juist wat Rembrandt nu zo springlevend maakt. Schilderen wat je ziet, en niet zoals het zou moeten zijn. Een vrouw die zit te pissen en te kakken, vrijende paartjes in de natuur. Dijen met putjes en de afdruk van een kousenband. Zijn compromisloze weergave van het lichaam, vooral van vrouwenlijven, is in zijn tijd al uitzonderlijk en zal dat nog eeuwenlang blijven. Pas na de negentiende eeuw wordt deze kant van Rembrandt weer op waarde geschat. Lucian Freud had vast niet zo compromisloos geschilderd zonder Rembrandt als voorloper. De onlangs overleden Aat Veldhoen, ook een enthousiast tekenaar en schilder van realistische vrouwenlijven, werkte zelfs een maand in het gereconstrueerde atelier in het Rembrandthuis, dat ook veel van zijn werk heeft aangekocht.

‘Ik ben een Hollander’

De Britse schilder Glenn Brown gebruikt vooral Rembrandts chiaroscuro als inspiratie, het beroemde contrast tussen licht en donker waarmee hij zo veel faam (De Nachtwacht!) heeft verworven. Het is moeilijk te zeggen wie van de hedendaagse kunstenaars zich daardoor heeft laten inspireren, nog afgezien van het feit dat het eigenlijk een vinding was van de Italiaanse Caravaggio.

Italië, het land dat Rembrandt, in tegenstelling tot veel van zijn kunstbroeders nooit heeft willen bezoeken. Wederom uit het jeugdboek: ‘Ik schilder als Rembrandt en ik ga niet naar Italië. Ik ben een Hollander en dat wil ik nooit vergeten… De Hollandse luchten, daar kan Italië niet aan raken.’

Maar vooral Nederlandse fotografen lijken geïnspireerd door Rembrandt, juist nu. Hendrik Kerstens en Desiree Dolron maken prachtige Rembrandteske portretten, Carla van de Puttelaar fotografeert naakten. En als je zelf in een Rembrandt wil, dan kun je je als oude lezende vrouw laten vereeuwigen door Ellen Teunissen. Of als Flora, als je wat jonger bent.

Rembrandt Prive

Marten en Oopjen

De Rembrandt van nu is een man van vlees en bloed. Een Amsterdammer die in dezelfde straten rondliep als wij. Met een hoofd vol zorgen of juist gelukkig in de liefde, blij met een nieuwe opdracht. In de tentoonstelling Rembrandt Privé van het Stadsarchief ligt het begraafregister waarin Saskia’s dood is opgetekend (8 gulden voor de grafsteen) en ook het Huwelijkskrakeelboek waarin Rembrandts huishoudster hem een poot probeert uit te draaien. Hij heeft haar trouwbeloften gedaan ‘ende haer daarover een rinck gegeven’ en bovendien is ze ‘diverse keren van hem beslapen.’ Dokken moet hij. Daar ligt ook het kerkelijk archief waarin de hoogzwangere Hendrickje Stoffels veroordeeld wordt wegens ‘hoererije’ omdat ze niet getrouwd is.

Het zijn maar oude papieren, maar het doet iets met je als je in inkt geschreven ziet dat Rembrandt drie kinderen verloor voor er éen bleef leven. Je bent eigenlijk bezig met het wel en wee van een BN’er.

Hetzelfde effect heeft Rembrandts Social Network in het Rembrandthuis waar hij zelf gewerkt heeft, schilderijen verkocht, véél over kunst praatte en een gezin onderhield. We maken kennis met zijn buren, zijn ‘bloedvrienden’, zijn leerlingen, zijn familie, de mensen die hij portretteerde. Marten en Oopjen, nu zo ongenaakbaar in hun peperdure schilderij, woonden als jong stel in de Nieuwe Hoogstraat, om de hoek. Rabbijn Menasseh ben Israel, vereeuwigd in een prachtige ets, woonde in de Jodenbreestraat aan de overkant.

Maarten en Oopjen

Übermensch

Met Rembrandt als man van vlees en bloed in het achterhoofd kijk je anders naar zijn heerlijke tekeningen en etsen van het platteland rond Amsterdam, waar hij zo graag wandelde. Naar de Titus (overgekomen uit Baltimore), waaraan je ziet dat hij een goede band met zijn zoon had. En je raakt weer ontroerd door Het Joodse Bruidje, desnoods met een sjaal om je nek in het kenmerkende bruin en rood van het schilderij.

Want ook dat is Rembrandt nu: veel pr en commercie. Marten en Oopjen-sjaals zijn er ook, uiteraard van dure zijde, en zelfs jurken met De Nachtwacht erop. De echte diehards hebben een tattoo van de meester op hun been of borst. En als dat je te ver gaat, kun je in elk geval iets laten zetten in – jawel – Rembrandt Red, world famous Rembrandt ink. De Rembrandt Tattooshop adverteert met een tattoo van het woord ‘übermensch’. Als er één woord niet bij Rembrandt past, is het dat. Een topkunstenaar, zeker. Maar daarnaast een gewoon mens. Dat we dat weer beseffen, is de winst van dit Rembrandtjaar.